Terug naar overzichtOverzicht
Bodemgesteldheid rond 800 n.Chr.

Waterlozing in Noord-Brabant

Henk Buijks

9 juni 2011

Water in Brabant

Zo rond 4.000 jaar voor Christus begonnen de bewoners van Brabant met landbouw. Niet alle grond is daarvoor geschikt: hij mag niet te nat of te droog zijn. De Peel en de veengebieden in West-Brabant waren toen met de beschikbare middelen nog niet geschikt te maken. Aan het begin van de Romeinse tijd kende Noord-Brabant dan ook vooral zandboeren.

Bodemgesteldheid rond 800 n.Chr.
De hertogswetering op de kaart

Sloten en weteringen

Om overtollig water sneller van akkers en weilanden te laten wegvloeien, begon men in deze tijd greppels en sloten te graven, waarmee het regenwater naar een beek of rivier werd afgevoerd. Zo kon meer grond in gebruik worden genomen. Vanaf de Middeleeuwen werden weteringen gegraven voor de afwatering van grotere gebieden. Daarbij gebruikte men vaak bestaande waterlopen.

Plek van de Blauwe Sluis bij Gewande

Zo werd tussen 1300 en 1310 de Hertogswetering aangelegd vanaf het riviertje De Raam bij Grave tot aan Gewande. Het water uit gebied tussen Grave en Lith werd door deze watergang afgevoerd. Dat was nodig, omdat de natuurlijke lozingen op de Maas onmogelijk waren geworden door de voortgaande aanleg van dijken langs die rivier.

Bij Gewande kwam een spuisluis, de Blauwe Sluis. Daarmee kon overtollig water worden geloosd op de Maas, maar bij een hoge waterstand in de Maas voorkwam de sluis juist, dat het rivierwater weer binnenstroomde.

De monding van het Drongelens Kanaal

Overlaten en afwateringskanalen

Een andere manier om watersnood te voorkomen en water kwijt te raken, is het gecontroleerd laten overstromen van de rivier. Dat werd al vanaf de vroege vijftiende eeuw toegepast bij de Maas via de Beerse overlaat. Nog in de achttiende eeuw werd de Baardwijkse overlaat aangelegd als een soort veiligheidsklep in geval van hoge waterstanden op de Maas.

In het begin van de twintigste eeuw nam men, zoals eerder bij de Hertogswetering, zijn toevlucht tot het graven van speciale afwateringskanalen, zoals het Drongelens kanaal. Soms was er een aanpassing in de rivier nodig om zo’n afwateringskanaal te vullen. Een voorbeeld daarvan is het “verdeelwerk” in de Dommel ten zuiden van Eindhoven, dat bij een grote watertoevoer moest voorkomen dat er teveel water de stad inkwam.

Zwartenbergse molen

Molens en gemalen

Voor de wat hoger gelegen polders was een uitwateringssluis vaak voldoende om water te lozen. Maar bij laaggelegen polders was dat geen oplossing. Daar vond men in de vijftiende eeuw de poldermolen voor uit: een windmolen, waarmee water naar een hoger gelegen watergang kon worden afgevoerd. De polders in het Land van Altena, die in de zestiende en zeventiende eeuw werden bedijkt, gebruikten bijvoorbeeld dergelijke poldermolens, maar ook in West-Brabant waren er verscheidene, zoals de Zwartenbergse molen.

Werking van een vijzelgemaal

De vroegste molens werkten met schepraderen, maar al in 1630 werd het vijzelgemaal geïntroduceerd. Daarmee kon water tot grotere hoogte worden opgemalen dan met een scheprad, al is dat nooit helemaal verdwenen. In de negentiende eeuw begonnen stoommachines de windkracht te vervangen. Weer later kwamen dieselmotoren in bedrijf. Rond 1900 werden voor het eerst in Nederland elektrische gemalen toegepast. Dat gebeurde bij een aantal Brabantse polders in de buurt van de Bergse Maas. De stroom werd geleverd door een stoomcentrale bij Vierbannen.

Bekijk ook

Waterlozingen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Aanbevelingen van Henk Buijks

VerhaalDe Beerse OverlaatBij de Beerse Overlaat mocht de Maas sinds de middeleeuwen in geval van nood overstromen. Bij Beers, tussen Linden en Cuijk en tussen Gassel en Linden waren twee lagere plekken in de oeverwallen. Bij hoog water stroomde het rivierwater over deze oeverwallen.VerhaalDe Baardwijkse overlaatDe Baardwijkse overlaat werd in 1765 aangelegd om de druk op de dijken van Maas en Merwede te verminderen door een deel van het aanstormende Maaswater vanaf Bokhoven via een alternatieve route om te leiden. Daardoor werden ook ’s-Hertogenbosch en omgeving ontlast.VerhaalDe Zwartenbergse molenDe Zwartenbergse polder bij Etten-Leur werd rond 1507 bedijkt. Om het grondwater in de nieuwe polder op peil te houden, werd het overtollige water op het riviertje de Mark geloosd via uitwateringssluizen. Dat werkte goed, totdat de verzanding van de Mark een groeiend waterprobleem op ging leveren voor de polder. Het peil op de Mark werd te hoog om water af te kunnen voeren via een simpele spuisluis.VerhaalDe VierbannenEven ten noorden van Hank, in het gehucht Vierbannen, waar het Hellegat en de Vierbansche Gantel hun uitwateringen naderen, staat de oude machinehal van de stoomcentrale Vierbannen, het hart van de eerste elektrische polderbemaling in Nederland.VerhaalAfwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-DrongelenHet Drongelens of Drongels Kanaal zoals het in de volksmond wordt genoemd, is tussen 1907 en 1911 gegraven om wateroverlast te voorkomen in de lage gebieden rond ’s-Hertogenbosch en in de polders ten westen van de stad. het kanaal is ruim 19 kilometer lang.VerhaalDe Bossche SlootDe Bossche Sloot is een echte wetering, dat wil zeggen een watergang waarlangs de afwatering van lage landen plaats heeft. Vaak zijn het oorspronkelijk natuurlijke waterlopen, die met het oog op het afwateringsdoel (deels) vergraven zijn.VerhaalHet Verdeelwerk in de DommelToen er in de negentiende en twintigste eeuw kanalen ten behoeve van de scheepvaart werden gegraven, werd het mogelijk om overtollig water uit het stroomgebied van de kleine rivieren op die kanalen te lozen.VerhaalDe HertogsweteringIn 1303 ontwikkelden de inwoners van Oss en hun buren een plan om een afwateringskanaal te graven van een plek ten noorden van Oss naar Gewande. Om dit project te kunnen betalen, vroegen en kregen de Ossenaren toestemming van hertog Jan II van Brabant om daarvoor de inkomsten uit hun gemeenschappelijke gronden te gebruiken. Vandaar de naam Hertogswetering.VerhaalDe ZandleijDeze beek ontstaat ten noorden van Tilburg en loopt ten noorden van Udenhout en langs kasteel Zwijnsbergen bij Helvoirt naar het Drongelens Kanaal onder Cromvoirt.VerhaalHet stoomgemaal van de polder Boschveld en MayIn 1872 besloten de geërfden van de polder Boschveld en May tot verbetering van de waterhuishouding door middel van een stoomgemaal. De kostenraming van ingenieur Nierstrasz beliep 74.000 gulden. Maar de aannemers bleken bij de openbare aanbesteding aanzienlijk hoger te hebben ingeschreven. Op 3 juli besloten de geërfden daarom tot bouw van het gemaal in eigen beheer door de polder.
Waterlozing in Noord-Brabant