Terug naar overzichtOverzicht
oisterwijk, sacramentsuitstalling.jpg

Maria van Hout (-1547): begijn en mystica

Rien Wols

10 juli 2013

Opmerkelijke vrouwen

Sacramentsdag 1531 (8 juni) betekende een ommekeer in het leven van de godvruchtige Maria van Hout, begijn in het Oisterwijkse begijnhof Bethlehem. Maria kreeg die dag een visioen, een intense ervaring van een geestelijke eenwording met God. Het maakte haar tot een vastberaden vrouw met een godgegeven missie om zondaars en afvalligen tot God terug te brengen.

[Afbeelding: Saint Petrus Canisius] http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/2/28/Saint_Petrus_Canisius.jpg/256px-Saint_Petrus_Canisius.jpg

Betlehem was een klein begijnhof van acht à negen bewoonsters, dat rond 1440 was ontstaan. Maria van Hout is daar vermoedelijk in het begin van de zestiende eeuw ingetreden, maar aangezien we niet precies weten wanneer en waar ze is geboren, blijft dat enigszins giswerk. De naam Van Hout zou zij gekregen hebben, omdat zij in Udenhout zou zijn geboren, maar ook dat weten we niet met zekerheid. We weten wél iets van haar geestelijk leven door de brieven die zij schreef aan haar biechtvader, de Oisterwijkse pastoor Philippus van Hosden. Aangezien deze ook koorheer was van de Sint-Gertrudisabdij te Leuven, was hij vaker niet dan wel in Oisterwijk, wat de correspondentie verklaart. Vóór 1531 laat Maria zich in haar brieven kennen als een weifelende, onzekere vrouw, die niets durfde zonder uitdrukkelijke toestemming van haar biechtvader. Na haar visioen veranderde dat. Zij schreef enkele traktaten die indruk maakten op bezoekende geestelijken, zoals vertegenwoordigers van het kartuizerklooster St. Barbara in Keulen. Zoveel indruk zelfs, dat de prior van deze Keulse kartuize Maria en twee van haar medezusters uitnodigde om naar het Keulse klooster te komen. Maria zou ook daadwerkelijk naar Keulen gaan, maar pas in 1545. Voor die tijd was zij “meesteres” (mater) van het in 1539 geheel vernieuwde Betlehem. De Keulse kartuizers zagen voor Maria een rol weggelegd in hun strijd tegen de toen opkomende leer van Luther, met name voor de contacten met het gewone volk, want Maria schreef in de volkstaal. In 1531 werden haar traktaten en brieven in Keulen gedrukt onder de titel Der rechte Wech zo der Evangelischer volkomenheit. In 1532 kwam Dat Paradijs der lieffhavender sielen vol inniger oiffingen des geists in druk uit. Van een derde uitgave, in het Latijn Novem simplicitatis gradus (Negen trappen van eenvoud), is geen enkel exemplaar bewaard gebleven. Maria moet een vrouw geweest zijn die in haar medemensen warme, vriendschappelijke, gevoelens kon opwekken. De bekende theoloog en jezuïet, de later heilig verklaarde Petrus Canisius, sprak haar bijvoorbeeld aan met “mijn allerliefste moeder”. Ook de Keulse jezuïetessen, met wie Maria in contact stond, noemden haar “mater nostra”. Maria had een zwakke gezondheid en leed veel pijn, zeer waarschijnlijk als gevolg van de stigmata die zij had gekregen: ze droeg op haar lichaam de wondetekenen van Christus. In enkele brieven spreekt zij over pijnen in hoofd, handen en voeten, waarbij bijvoorbeeld haar hoofd aanvoelde alsof er een doornenkroon op werd gedrukt.

Na een langdurig ziekbed overleed zij op 30 september 1547 te Keulen. Ze werd begraven in de Mariakapel van de kartuize. Bij opgravingen in 1920 is wel de grafplaat teruggevonden, maar niet het graf zelf. Lees de uitgebreide biografie door H.A.F. Lenting op Thuis in Brabant of die van Kees Kuiken in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.

Onder deze titel willen we een aantal bijzondere Brabantse vrouwen uit heden en verleden onder de aandacht brengen. In eerste instantie zijn het nu 27 vooral erg historische vrouwen, over wie een verhaal is opgenomen: negen uit de eeuwen voor 1800, twaalf uit de 19e eeuw en zes uit de 20e eeuw, maar dan voornamelijk uit de eerste helft. Het gaat vaak om zelfstandige types die gewoon deden wat ze nodig en/of leuk vonden, ook al gingen ze daarmee tegen de heersende mores in. Zelden speelde daarbij een duidelijk uitgesproken streven naar emancipatie een rol (al gebeurde dat ook). Maar er zijn ook wel degelijk “echte” feministes onder deze vrouwen te vinden. In ieder geval kunnen de meesten van deze vrouwen als rolmodel worden gezien voor de generaties na hen. De selectie die hier aangeboden wordt, is slechts het topje van de ijsberg. We zullen de komende tijd vooral aandacht gaan besteden aan onze eigen tijd. Denk maar aan sportvrouwen als Daphny van den Brand (wielrenster); Anky van Grunsven (dressuurrijdster); Merel de Knegt (hardloopster); Leontien van Moorsel (wielrenster); Miriam Oremans (tennister); Angelique Seriese (judoka); Elsbeth Vink (mountainbikester); Marianne Vos (wielrenster) en Ireen Wüst (schaatster); aan zangeressen als Corry Brokken; Jacqueline Govaert; José Hoebee; Nikki Kerkhof; Corry Konings en Lenny Kuhr; aan actrices als Josine van Dalsum; Sylvie Meis; Liz Snoijink en Monique van de Ven; aan politica’s als Carola Schouten en Mei Li Vos; aan mode-ontwerpsters als Marlies Dekkers en Olcay Gulsen of aan presentatrices als Yvon Jaspers en Lucille Werner. En er zijn vast nog veel meer vrouwen die een plaatsje op deze kaart van Brabant verdienen. We roepen iedereen dan ook op om suggesties te doen over andere “heldinnen” of een levensbeschrijving van hun heldin in te sturen.Ontdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Maria van Hout (-1547): begijn en mystica