Terug naar overzichtOverzicht
De kerk van het begijnhof in Hoogstraten

Cornelia van den Sande (1640-1685), stichteres van een studiebeurs voor meisjes

Rien Wols

1 augustus 2013

Opmerkelijke vrouwen

Cornelia van den Sande werd geboren in Rijsbergen op 4 maart 1640, als dochter van Simon Jacob van den Sande en Maria Nicolaas Smolders. Zij overleed in Hoogstraten, op 31 juli 1685. Op ruim twintigjarige leeftijd was zij begijn geworden in Hoogstraten (in de huidige provincie Antwerpen).

De kerk van het begijnhof in Hoogstraten

Hoogstraten lag voor de hand: daar gingen meer meisjes uit Rijsbergen naartoe. In 1663 werd zij als begijn geprofest en 1666 kreeg zij vergunning een huis te bouwen in het begijnhof. Cornelia leefde het leven van de begijnen. Zij was erg bedreven in hand- en borduurwerk en maakte priestergewaden en altaarversieringen. Dat was niet alleen voor het begijnhof, maar ook voor daarbuiten. Ze was altijd heel geïnteresseerd in het wel en wee van haar neven en nichten uit Rijsbergen en gaf regelmatig geld, opdat ze een goede opvoeding zouden krijgen. Cornelia had een zwakke gezondheid. Ze zocht een gezondere lucht buiten Hoogstraten, maar zonder resultaat: ze overleed op 45-jarige leeftijd. Tijdens gesprekken met haar neef Jacobus Floren groeide het idee een beurs te stichten waaruit de kosten voor de studie van haar nichten konden worden betaald. Per testament regelde zij dat vervolgens. Haar nalatenschap werd verkocht en de opbrengst van haar inboedel beleend aan de kerk van het begijnhof.

Impressie van het begijnhof in Hoogstraten

Haar huisje werd verkocht en ook de opbrengsten van de akker kwamen ten goede aan de beurs. Die akker werd pas in de jaren 1970 verkocht en bracht toen 11 miljoen Belgische franc op. Dat geld kwam in het beursfonds, dat nog steeds bestaat. De waardestijging van de akker was te danken aan het feit dat het perceel toen in het uitbreidingsplan van Hoogstraten lag. Vrouwelijke familieleden van Cornelia bewoonden vanaf 1686 het huisje, terwijl de beurs ongeveer 40 gulden per jaar opbracht. Zolang er vrouwelijke familieleden op het begijnhof woonden, beheerden zij de nalatenschap. Bij afwezigheid daarvan was de beurs in handen van de overste van het begijnhof. De beurs was bestemd voor lager onderwijs van vrouwelijke familieleden van Cornelia die het minst draagkrachtig waren. Als er geen in aanmerking komende familieleden waren, kwam de beurs ten goede aan meisjes uit Rijsbergen. Het was in die tijd gewoonte om meisjes 1 à 2 jaar bij de begijnen onder te brengen, die dan voor eten en onderdak zorgden. Normaal gesproken werden de diensten van de begijnen betaald door de ouders. In dit geval werden de kosten dus betaald uit de nalatenschap van Cornelia. Het onderwijs voor meisjes beperkte zich in die tijd tot godsdienst, leren lezen, rekenen en handwerken. Als gevolg van deze beurzenstichting kreeg tot 1745 jaarlijks een familielid of een meisje uit Rijsbergen een opvoeding op het begijnhof.

Het studiefonds bestaat nog steeds, zij het in gewijzigde vorm, als een Belgische stichting. Cornelia van den Sande heeft met haar besluit haar vermogen te reserveren voor opleidingen voor armlastige meisjes in een tijd dat er nog weinig oog was voor scholing van meisjes, blijk gegeven haar tijd ver vooruit te zijn. Dit artikel is een bewerking van een biografie door Marie-Therèse Geerts op Schatten van Brabant (deze provinciale website is inmiddels uit de lucht).

Onder deze titel willen we een aantal bijzondere Brabantse vrouwen uit heden en verleden onder de aandacht brengen. In eerste instantie zijn het nu 27 vooral erg historische vrouwen, over wie een verhaal is opgenomen: negen uit de eeuwen voor 1800, twaalf uit de 19e eeuw en zes uit de 20e eeuw, maar dan voornamelijk uit de eerste helft. Het gaat vaak om zelfstandige types die gewoon deden wat ze nodig en/of leuk vonden, ook al gingen ze daarmee tegen de heersende mores in. Zelden speelde daarbij een duidelijk uitgesproken streven naar emancipatie een rol (al gebeurde dat ook). Maar er zijn ook wel degelijk “echte” feministes onder deze vrouwen te vinden. In ieder geval kunnen de meesten van deze vrouwen als rolmodel worden gezien voor de generaties na hen. De selectie die hier aangeboden wordt, is slechts het topje van de ijsberg. We zullen de komende tijd vooral aandacht gaan besteden aan onze eigen tijd. Denk maar aan sportvrouwen als Daphny van den Brand (wielrenster); Anky van Grunsven (dressuurrijdster); Merel de Knegt (hardloopster); Leontien van Moorsel (wielrenster); Miriam Oremans (tennister); Angelique Seriese (judoka); Elsbeth Vink (mountainbikester); Marianne Vos (wielrenster) en Ireen Wüst (schaatster); aan zangeressen als Corry Brokken; Jacqueline Govaert; José Hoebee; Nikki Kerkhof; Corry Konings en Lenny Kuhr; aan actrices als Josine van Dalsum; Sylvie Meis; Liz Snoijink en Monique van de Ven; aan politica’s als Carola Schouten en Mei Li Vos; aan mode-ontwerpsters als Marlies Dekkers en Olcay Gulsen of aan presentatrices als Yvon Jaspers en Lucille Werner. En er zijn vast nog veel meer vrouwen die een plaatsje op deze kaart van Brabant verdienen. We roepen iedereen dan ook op om suggesties te doen over andere “heldinnen” of een levensbeschrijving van hun heldin in te sturen.Ontdek het thema

Reacties

Reacties laden…