De oudste vermelding van deze molen is te vinden in een akte uit 1326. Daarin staat onder meer dat Dirk, heer van Gemert, de waterstand voor zijn watermolen zal mogen regelen, maar dat het recht om te vissen bij de molen voortaan aan het Duitse Huis toebehoort.

In 1364 werd de molen verkocht aan de Duitse Orde. In 1998 en 1999 is op deze plaats archeologisch onderzoek uitgevoerd. Daarmee is aangetoond, dat de molen rond 1210 moet zijn gebouwd. De molen is zeker tot halverwege de 16e eeuw verpacht geweest, maar hij moet al voor 1600 buiten gebruik zijn gesteld. Op de kaart in de atlas van Blaeu (1645) is hij niet meer ingetekend.
Omdat het hoogteverschil in de Rips niet zo groot is, heeft men bovenstrooms van de molen een spaarbekken gehad dat moest zorgen voor voldoende water voor de aandrijving van de molen. Dat was vooral in tijden van droogte erg nodig. Desondanks ligt de verklaring voor het verdwijnen van de watermolen waarschijnlijk in de te geringe wateraanvoer in het beekje.
In de jaren '60 van de 20e eeuw werd de loop van de Rips verlegd, maar de straatnaam Molenweg en de wijknaam Molenbroek herinneren nog aan de molen. De straat die nabij de plaats van de verdwenen watermolen werd aangelegd, heeft de naam Watermolen gekregen.
Bekijk ook




