Op oude kaarten van Middelrode is hij nog te zien: watermolen Ten Steen, bijna op de grens met Heeswijk en niet ver van het kasteel aldaar. Hij is ingetekend iets stroomafwaarts van de plaats waar de Leigraaf oorspronkelijk uitstroomde in de Aa. Inmiddels is deze uitmonding verplaatst naar het zuiden en heet de plek van de molen De Rietwiel. Alleen de straatnaam Molenhoek herinnert nog aan het bedrijf dat hier eeuwenlang was gevestigd.


Zoals de meeste van de watermolens langs de Aa en de Dommel stamde ook watermolen Ten Steen uit de middeleeuwen. Hij moet gebouwd zijn in 1344, heel strategisch tussen Heeswijk en Middelrode in.
De hertog van Brabant verplichtte de inwoners van beide dorpen hun graan hier te laten malen. De zware molenstenen werden aangedreven door een rad dat op zijn beurt ronddraaide door het Aawater.

In de loop van de 19e eeuw zag men bij de rijksoverheid in, dat de watermolens op de Aa en de Dommel de waterbeheersing van deze rivieren bemoeilijkten. De meeste molens zouden moeten verdwijnen. In 1819 kon het Rijk molen Ten Steen opkopen, zodat hij gesloopt kon worden. Het complex staat nog wel afgebeeld op het minuutplan van het kadaster van 1832.

Peter Zwijsen, de laatste eigenaar van de Milrooijse watermolen, koos ervoor in het molenaarsvak te blijven. Hij bouwde een nieuwe standerdmolen, opnieuw midden tussen de dorpen Middelrode en Berlicum, niet ver van de plaats waar spoedig de nieuwe katholieke kerk zou worden gebouwd. Toen was het daar nog leeg niemandsland, nu sta je er midden in de bebouwde kom van Berlicum. Op de topografische kaart van 1838 staan zowel de kerk als de molen( W.M. staat voor WindMolen).

