Terug naar overzichtOverzicht
Kaart van Blaeu, 1614

De watermolen van Rixtel

Paul Huismans

16 maart 2010

Water in Brabant

Deze molen heeft aantoonbaar al voor 1314 bestaan. Hij lag bij het Gulden Huis en mocht alleen in de winter malen, tussen oktober en half maart. Hij was zo gebouwd, dat hij bij gebrek aan water en in de zomer aangedreven kon worden met een paard.

Kaart van Blaeu, 1614
Kaart van Blaeu, 1614

De molen werd in 1803 geroemd door Stephan Hanewinckel, dominee en auteur van Reize door de Majorij van ’s-Hertogenbosch, de eerste “toeristische gids” van Oost Brabant, waarin hij bezienswaardigheden en de eigenaardigheden van de Meierijdorpen beschreef. Hanewinckel stak de loftrompet over de kwaliteit van de olie uit Rixtel. Nergens in de Meierij van ’s-Hertogenbosch werd er meer en betere olie uit (lijn)zaad geperst als hier.

Zoals zo veel molens op de Aa veroorzaakte ook de molen van Rixtel wateroverlast voor de omgeving. Bij metingen in 1545 bleek de bodem van de molensluizen te hoog te liggen. Als gevolg daarvan verzandde de Aa boven en beneden de molen, wat de doorstroming natuurlijk ernstig belemmerde.

Kadastraal minuutplan 1832; klik voor groter beeld
Kadastraal minuutplan 1832; klik voor groter beeld

In 1672-1673 werd de watermolen bij de Franse inval door oorlogsgeweld zwaar beschadigd. Blijkbaar is hij op een andere plaats herbouwd, want in de bronnen is daarna sprake van “de plaats waar de oude watermolen heeft gestaan”.

Eeuwenlang was de molen in handen van de eigenaren van de heerlijkheid Rixtel. In 1827 kocht de familie Bots de molen. De weduwe Albert Bots was in 1857 eigenaar en J. Verstappen de molenaar.

Ondanks regelingen zoals die van 1545, bleven de watermolens hinderlijk voor de afwatering in de rivier de Aa. Om die reden kocht de gemeente Helmond de molen in 1883 om hem te slopen. Gezien de regelmatige overlast bovenstrooms, was dit een logische stap. Want ons rest aan herinnering is een perceel, genaamd Oliemolen.

Bekijk ook

Watermolens in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Aanbevelingen van Paul Huismans

VerhaalDe watermolen van MiddelrodeOp oude kaarten van Middelrode is hij nog te zien: watermolen Ten Steen, bijna op de grens met Heeswijk en niet ver van het kasteel aldaar. Hij is ingetekend iets stroomafwaarts van de plaats waar de Leigraaf oorspronkelijk uitstroomde in de Aa. Inmiddels is deze uitmonding verplaatst naar het zuiden en heet de plek van de molen De Rietwiel. Alleen de straatnaam Molenhoek herinnert nog aan het bedrijf dat hier eeuwenlang was gevestigd.VerhaalDe AaDe rivier de Aa ontspringt in de omgeving van de hooggelegen gronden van Meijel. Ooit siepelde het water langzaam uit de hoogveenspons van de Peel. Tegenwoordig vormen vele kleine, gegraven slootjes en watergangen de bovenlopen van de Aa. De rivier slingert door de Centrale Slenk in noordnoordwestelijke richting naar Den Bosch. De rivier is zo’n 72 km lang en het hoogteverschil is 30 meter. Belangrijke zijrivieren van de Aa zijn de Goorloop, die ontspringt op de Strabrechtse Heide en bij Veghel in de Aa uitmondt, en de Astense Aa, die tussen Asten en Helmond in de Aa uitstroomt.VerhaalKasterense watermolenVermoedelijk stond op deze plek al vanaf de 12e of 13e eeuw een watermolen, die oorspronkelijk als graanmolen diende, waar de bevolking van Kasteren, Liempde en de Bodem van Elde haar graan moest laten malen (een zogenaamde dwangmolen). Uit het eerste document waarin deze molen wordt genoemd, uit 1294, blijkt dat Willem van Cuijk (1260-1319), Heer van Boxtel, de molen op dat moment in leen heeft van Hertogin Johanna van Brabant.