Terug naar overzichtOverzicht
Klik voor een groter beeld

Kasterense watermolen

Paul Huismans

22 september 2010

Water in Brabant

Vermoedelijk stond op deze plek al vanaf de 12e of 13e eeuw een watermolen, die oorspronkelijk als graanmolen diende, waar de bevolking van Kasteren, Liempde en de Bodem van Elde haar graan moest laten malen (een zogenaamde dwangmolen). Uit het eerste document waarin deze molen wordt genoemd, uit 1294, blijkt dat Willem van Cuijk (1260-1319), Heer van Boxtel, de molen op dat moment in leen heeft van Hertogin Johanna van Brabant.

Klik voor een groter beeld

In 1466 kwam de heerlijkheid Liempde geheel in het bezit van de Heren van Boxtel. Zij verpachtten de molen aan particuliere molenaars. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) had het molencomplex met de sluis, de brug e.d. veel te lijden van de krijgsverrichtingen. In de zeventiende en achttiende eeuw bedienden opnieuw weer particuliere pachters de molen.

Het opstuwen van water voor de watermolen leidde regelmatig tot klachten. Door het sluispeil te hoog te houden liepen weilanden onder water. Karel V trachtte dit probleem aan te pakken door in 1545 een maximum stuwpeil vast te stellen voor de molens op de Dommel en de Aa. Ook voor de Kasterense molen werd een zogenaamde pegel vastgesteld. Overtredingen leidden in de zeventiende eeuw nog regelmatig tot waarschuwingen en boetes voor de molenaar.

In 1794 liet de laatste Heer van Boxtel het leven onder de Franse guillotine. Daarna moesten zijn schulden worden vereffend, waardoor onder meer de molen omstreeks 1800 aan particulieren werd verkocht.

De molensluis

De molen was in de eerste helft van de 19e eeuw nog volop in gebruik als graan- en oliemolen, maar raakte daarna in verval. In 1883 kreeg de toenmalige eigenaar en molenaar, Mathijs Merks, nog vergunning van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant om de sluiswerken te verbeteren. Maar er kwam concurrentie in de vorm van een windmolen en later een stoomgraanmolen. Extra service in de vorm van een ophaal- en bezorgdienst voor graan en meel mocht uiteindelijk niet baten.

De smeulende resten van de molen na de blikseminslag

In 1925 kocht Waterschap De Dommel het perceel van de oliemolen met het stuwrecht van G.F. Branten. In 1936 werden de sluis en de oliemolen afgebroken. De graanmolen, die ondertussen door een oliemotor werd aangedreven, draaide door tot 1948. Molenaar Branten verkocht de molen in 1949 aan de Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging (CAV) te Liempde.

Op 6 juni 1960 sloeg de bliksem in en brandde de molen geheel af. Het was Pinksteren, maar zo had men zich de vurige tongen vast niet voorgesteld. Later werd de molengang gedempt met houtafval van de Liempdse klompenindustrie.

Bekijk ook

Watermolens in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Kasterense watermolen