Het Diessense gehucht Baarschot had twee watermolens, die voor de nodige bedrijvigheid ter plaatse zorgden: de Voorste Molen en de Achterste Molen. Deze molens waren voor hun aandrijving afhankelijk van opgestuwd water. De Vloed was het opstuwingsgebied voor de Achterste Watermolen, voor het eerst genoemd rond 1500. [Correctie 28-10-2011: moet zijn 1421].
We weten eigenlijk bijzonder weinig van deze molen. Er is wel een tekening bewaard van de Achterste Molen. Hij dateert uit 1832 en is gemaakt door een soldaat uit het noorden van het land, die toen hier gelegerd was vanwege de Belgische Opstand.

Het verval was toen duidelijk al ingetreden. Ruim dertig jaar later, in 1865, kocht Govert Teurlings, de laatste molenaar van de Voorste Molen, de restanten van de Achterste Molen op. We nemen aan dat die spoedig daarna zijn afgevoerd. Alleen de straatnaam Moleneind herinnert nog aan deze molen.
Opvallend op het kadastrale minuutplan van 1832 hieronder, is dat er twee molensymbooltjes op staan weergegeven. Eén bij de molenvijver en één schuin rechts daarboven, aan een omleidingskanaaltje.


Bekijk ook




