Het Diessense gehucht Baarschot kende ooit twee watermolens, die voor de nodige bedrijvigheid ter plaatse zorgden: de Voorste Molen en de Achterste Molen. De molens moesten het voor hun aandrijving hebben van opgestuwd water. De Voorste Molen, al genoemd in 1350, had als opstuwingsgebied de Keizers Beemd.

In 1851 werd hier een watervluchtmolen gebouwd, ‘De Keizer’ geheten. Hoogstwaarschijnlijk is de oorspronkelijke watermolen nog niet afgebroken. Zo’n watervluchtmolen kon zowel door wind- als door waterkracht worden aangedreven. In 1885 stortte De Keizer in. Ter plekke verrees een nieuwe molen, die echter in 1921 eenzelfde triest lot onderging.

Govert Teurlings was de laatste molenaar van de oorspronkelijke Voorste Molen. Hij kocht in 1865 bovendien de restanten van de Achterste Molen, en bouwde in 1886 in Diessen de windmolen ‘De Onvermoeide’. Daarin verwerkte hij ook restanten van De Keizer, die het jaar daarvoor ten onder was gegaan.

Wie nu op zoek gaat naar de plek waar eeuwenlang de Voorste Molen stond, voelt zich aanvankelijk gesterkt door het bordje Watermolenweg. Eenmaal bij de brug aangekomen, ziet de molentoerist vooral de rechtgetrokken Reusel, met daar vlakbij een tot boerderette verbouwd agrarisch bedrijf. Alleen de laagten rondom de Reusel vertellen nog het verhaal van de beide beeklopen die de Voorste Molen aan het draaien hielden.


Bekijk ook




