Het gebied ten noorden van Etten-Leur werd in de loop van de zestiende eeuw ingedijkt. Zo werd in 1507 de Zwartenbergse polder uitgegeven. De rivier de Mark vormde de noordelijke grens van deze polder. In die tijd vormde deze stroom bovendien de grens tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Holland.

Op de noordwestelijke punt van de polder, iets ten oosten van de plaats waar de Leurse Haven ook tegenwoordig nog in de Mark uitmondt, ontstond het Zwartenbergs Veer over de Mark, als onderdeel van de verbindingsweg tussen Etten, Leur en Zevenbergen.

Bij het Zwartenbergse veer begon het bekende verhaal van het turfschip van Breda. Op 26 februari 1590 daalden hier 75 Staatse soldaten onder leiding van Charles de Héraugière af in het ruim van de schuit van de Leurse schipper Adriaen van Bergen. Het schip voer vervolgens richting Breda, waar het ongehinderd de stad binnen kon varen. De soldaten wisten het kasteel van Breda te veroveren en de poorten te openen voor hun Staatse strijdmakkers.

De reiziger die in de negentiende eeuw vanuit de richting Etten-Leur over de Boutweg noordwaarts ging, moest bij de noordelijke dijk van de Zwartenbergse polder een scherpe bocht naar het westen maken. Aan de westelijke punt van de polder stond het veerhuis, waar hij met het pontveer de Mark kon oversteken. Aan de overzijde kwam hij na enkele honderden meters noordoostwaarts in het gehucht Hazeldonk, waar hij kon kiezen tussen linksaf de Hazeldonkse weg richting Zevenbergen nemen, of rechtdoor verder reizen, richting Terheijden.

In de loop van de negentiende eeuw werden steeds meer veren over de Mark vervangen door bruggen. Enkele honderden meters ten oosten van het Zwartenbergs Veer was in 1869 een suikerfabriek verrezen. Mede op aandringen van fabrieksdirecteur Heerma van Voss werd op die plek in 1884 een draaibrug over de Mark aangelegd. Hiermee werd de bocht in de weg van Etten-Leur naar Zevenbergen om bij het veer te komen afgesneden. Het Zwartenbergs Veer was daarmee overbodig geworden.
Bekijk ook


