Terug naar overzichtOverzicht

Trauma of redding? Sport op het internaat

Mick van Gerwen

20 mei 2020

Bijgewerkt op 23 juli 2020

RK internaten

Kinderen op kostschool kregen vroeger vaak van maandag tot en met zaterdag les. En ook hun buitenschoolse uren waren telkens goed gevuld. Lanterfanten was er niet bij en de jongens en meisjes hadden veel minder vrije tijd dan vandaag de dag. Toch (en misschien juist daarom) werd er volop van die vrije uurtjes genoten. En uit reacties op onze internatenkaart blijkt dat sport daarbij veel aandacht kreeg.

Internaat van de Franciscanessen van Veghel, in Veghel (foto met dank aan Dilia Steeghs)

Vrijwel alle internaten hadden eigen sportvelden en gymzalen. Sommige hadden zelfs een eigen zwembad. Ook waren er in veel recreatieruimtes tafeltennis- en biljarttafels te vinden. Deze plekken werden vaak gretig bezocht door leerlingen in de naschoolse uurtjes en de vrije zondagmiddag. Voor sommige kinderen was de mogelijkheid om verschillende sporten uit te oefenen zelfs een grote trekpleister om naar een internaat te gaan. Op introductiedagen lag de focus dan ook vaak hierop. Zo kan een oud leerling aan het Sint Oelbert in Oosterhout zich goed herinneren dat vrijwel de hele dag bestond uit tafeltennis, biljart, voetbal en hockey. Toen Ton Nouwens, oud leerling aan het jongensinternaat De La Salle in Stevensbeek, opzoek ging naar een internaat was hij gelijk verkocht bij het zien van alle sportgelegenheden die in De La Salle werden aangeboden.

Broeder en leerling spelen een potje tafeltennis op het internaat van de Broeders van De la Salle in Baarle-Nassau (foto met dank aan Piet Hendrikx)

Natuurlijk was al dat sporten niet voor iedereen even leuk. Sommige leerlingen waren er niet zo goed in als anderen en dat kon gevolgen met zich mee dragen. Een oud-leerling van Eikenburg in Eindhoven kan zich herinneren dat er een soort van ‘natuurlijke rangorde’ ontstond naargelang je kwaliteiten op het sportveld. Als je niet goed was in sport kon dat er dus voor zorgen dat je niet lekker in de groep lag. Een andere oud-leerling van Eikenburg had daar naar eigen zeggen geen slechte tijd, maar over sporten zei hij: “Als ik er dan een trauma aan over zou hebben moeten houden dan is dat aan sporten. Wat was ik blij als het regende of te koud was en we lekker in de recreatiezaal onze gang konden gaan bij de radio of met een boek”.

Touwtrekkende internen van het St.-Pauluscollege in Sterksel (foto met dank aan Henk van Tilborg)

Toch was sporten voor de meeste kostschoolleerlingen een soort ontspanning. Zo heette de voetbalclub van het kleinseminarie Mariënkroon in Nieuwkuijk ONS, wat moest staan voor ‘Ontspanning Na Studie’. Ben Vollenberg, oud-leerling aan het Sint-Nicolaasinstituut in Oss stelde zelfs: “Het sporten heeft mij daar laten overleven”.

Voetbalteam van het St.-Nicolaasinstituut in Oss (foto met dank aan Gerard Brans)

Iets dat ook vaak terug komt bij de reacties van mensen op onze internatenkaart, is dat er sporttoernooien werden georganiseerd waarbij verschillende internaten het tegen elkaar opnamen. Zo gingen leerlingen van het Sainte Marie internaat in Huijbergen vaak op de fiets naar Etten-Leur om daar te voetballen tegen leerlingen van het Edward Poppe internaat. De jongens van dat internaat voetbalden ook regelmatig met leerlingen uit Oudenbosch. Voor sportdagen gingen jongens van het internaat Sint Franciscus van Sales uit Goirle eens per jaar naar Sparrenhof, een landgoed aan de Bredaseweg in Tilburg. Sport was dus een gelegenheid voor leerlingen om eens contact te hebben met leerlingen van andere internaten.

Jongens en meisjes hadden aparte internaten. Ook speelden ze vaak verschillende sporten. Veel meisjes gingen bijvoorbeeld vaak rolschaatsen, waar jongens meestal spreken over herinneringen aan voetbal. Sporten als volleybal, zwemmen en schaatsen werden wel door beide seksen beoefend, maar nooit samen gespeeld. Gebeurde dit wel, werd het bestraft. Zo kreeg Margriet van Stratum, oud-leerling op een internaat in Dongen, een weekeindverbod omdat ze wedstrijden schaatste tegen jongens.

Potje voetbal op de speelplaats van het St.-Nicolaasinstituut in Oss (foto met dank aan Michiel van der Lande)

Aangezien voetbal zo populair was onder jongens, hadden sommige internaten meerdere voetbalvelden. Zo had het internaat Edward Poppe in Etten maar liefst vijf velden waarop gevoetbald kon worden. Met zoveel tijd en ruimte voor voetbal, werden sommige er erg goed in. Een team van het Sint Pauluscollege in Sterksel draaide zelfs mee in de KNVB competitie. Ben van de Camp kan zich nog herinneren dat een van zijn teamleden op het Sint Antonius van Padua in Megen zo goed was dat de lokale voetbalclub in het dorp hem ‘wegkocht’.

Voetbalteam van het internaat van de Broeders van De la Salle in Baarle-Nassau (foto met dank aan Bert Wijnen)

Behalve dat veel jongens zelf voetbalden, mochten leerlingen van verschillende internaten vaak gaan kijken bij de lokale voetbalclubs. Zo gingen leerlingen van het Edward Poppe internaat kijken naar wedstrijden van NAC Breda en Leerlingen van het fratershuis Johannes Zwijsen in Tilburg naar Willem II. Bij het Sint Theresia in Boxtel mochten leerlingen ook naar de lokale voetbalwedstrijden gaan kijken. Al waren deze wetstrijden ietwat ‘primitief’ volgens oud-leerling Jan van der Kaa, waren deze nog altijd erg spannend.

Over het algemeen genomen was sport dus voor de meeste leerlingen van katholieke internaten een goed ontspanningsmoment tussen het dagelijkse ritme van studeren en bidden. Voor een enkeling was het echter toch eerder een kwelling. Als je ook op een katholiek internaat hebt gezeten en herinneringen hebt aan vrijetijdsbesteding en het sporten, laat het ons vooral weten!

Ouders stuurden hun kinderen vroeger massaal naar een internaat. In Brabant waren deze instellingen bijna altijd katholiek. Meisjes zaten "op kostschool" bij de zusters, jongens bij de broeders of priesters. Wij hebben een kaart gemaakt met daarop alle katholieke internaten in de provincie van de jaren '50 tot in de jaren '70. Dat zijn er ruim 130. Klik op jouw internaat en deel je ervaringen. Heb je nog oude foto's? Stuur ze dan naar info@bhic.nl. Lees de volledige inleiding Huisregels Oud-leerlingen waarderen hun kostschoolverblijf achteraf heel verschillend. Wat voor de ene de hemel was, kon voor de ander een regelrechte hel zijn. Het BHIC vindt het belangrijk dat zij állemaal gehoord worden. Op onze site is daarom volop ruimte voor het delen van zowel positieve als negatieve ervaringen. Houd daarbij echter wel rekening met onze huisregels. Behandel elkaar met respect, zoals je zelf behandeld wilt worden. Klik hier voor alle huisregelsOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Aanbevelingen van Mick van Gerwen

VerhaalHemel of hel: op kostschool"Op kostschool zitten", veel Brabantse 55-plussers hebben daar nog herinneringen aan. Op een kostschool (ook wel internaat of pensionaat genoemd) kreeg je onderwijs met kost en inwoning. In Noord-Brabant waren deze kostscholen vrijwel zonder uitzondering katholiek. Meisjes gingen naar de zusters, jongens naar de broeders of priesters. Het BHIC heeft al deze Brabantse internaten op de kaart gezet.VerhaalPaters pesten en andere ondeugd op het internaatHet leven op katholieke internaten in Brabant stond vooral in het teken van kuisheid, gehoorzaamheid en soberheid. Een leven in het teken van God. De leerlingen die naar deze internaten gingen, waren echter van een leeftijd dat gehoorzaamheid het weleens aflegt tegen baldadigheid. Veel reacties op onze internatenkaart staan dan ook bol van de anekdotes over ondeugd binnen de kostschoolmuren.VerhaalLulletjespap, Stokvisstamppot en Schoenlapperstaart: Etenstijd op het internaatEen van de best bijgebleven herinneringen van mensen die op kostschool hebben gezeten, hebben betrekking op het eten dat ze daar voorgeschoteld kregen. Dit blijkt wel uit de talrijke reacties van oud-kostschoolleerlingen op onze internatenkaart. De beschrijvingen spreken van een, met de ogen van nu, soms wel erg apart dieet met de meest creatieve namen voor gerechten.VerhaalBidden, eten, leren en weinig vrije tijd: Het dagritme op kostscholenHet leven voor kinderen op Brabantse internaten in de twintigste eeuw lag volgens een strak schema vast. Uit vele reacties op onze internatenkaart en een twintigtal interviews met oud-kostschoolleerlingen van verschillende internaten bij verschillende congregaties, blijkt dat de meeste kostscholen nagenoeg dezelfde dagindeling kenden.VerhaalGeloofsafval bij kostschoolleerlingen vanaf de jaren '60Een belangrijk doel van veel internaten in Brabant was het opvoeden van kinderen tot goede katholieke burgers. De broeders, paters en zusters die verantwoordelijk waren voor deze opvoeding, leefden hun leven al in dienst van God en probeerden hun godsdienstige leef- en denkwijze mee te geven aan de internen. Dit lukte echter lang niet altijd. Uit interviews met oud-leerlingen blijkt dat veel van hen al tijdens hun internaatverblijf van hun geloof zijn gevallen.