Terug naar overzichtOverzicht

Lulletjespap, Stokvisstamppot en Schoenlapperstaart: Etenstijd op het internaat

Mick van Gerwen

23 mei 2020

Bijgewerkt op 23 juli 2020

RK internaten

Een van de best bijgebleven herinneringen van mensen die op kostschool hebben gezeten, hebben betrekking op het eten dat ze daar voorgeschoteld kregen. Dit blijkt wel uit de talrijke reacties van oud-kostschoolleerlingen op onze internatenkaart. De beschrijvingen spreken van een, met de ogen van nu, soms wel erg apart dieet met de meest creatieve namen voor gerechten.

"Voor de warme maaltijd werden er regelmatig inmiddels vergeten gerechten voorgeschoteld."

Broodmaaltijden op internaten waren vaak niet zo veel anders als vandaag de dag. Vaak was er gewoon brood met margarine of boter en beleg zoals jam en pindakaas. Veel vrouwen die bij de Fransicanessen in Etten verbleven ('t Withof / Sint Jozef en San Francesco) blijken zich nog 'kroet' (ook wel geschreven als 'crout' of 'croutte') te herinneren. Een naam die ze gaven aan korsten van brood besmeerd met boter, vaak met een snee brood ertegenaan. Deze korsten werden vaak in de middag na school gegeten, bij de thee. Ondanks dat het een simpele hap was, kijken verschillende leerlingen van toen toch positief terug op deze middagsnack.

Een ander standaard onderdeel van het dieet op internaten waren verschillende soorten pappen. Standaard pappen zoals griesmeel- en rijstepap worden vaak genoemd door oud-kostschoolleerlingen. Op het Sint Theresia Missiehuis, later bekend geworden als Internaat Stapelen, kregen de leerlingen echter ook een pap voorgeschoteld die al gauw de naam ‘lulletjespap’ kreeg. Het is niet bekend wat er precies in zat. Wel zagen de jongens er zo nu en dan een stukje macaroni in drijven, wat de aparte benaming van het gerecht verklaart.

Voor de warme maaltijd werden er regelmatig inmiddels vergeten gerechten voorgeschoteld. Zo weet een oud-leerling van het meisjesinternaat Mariënburg in Den Bosch zich nog ‘stokvisstamppot’ te herinneren. Een simpele stamppot gemaakt met aardappelen en uitgedroogde vis. En als dit gekookt werd dan stonk de hele verdieping van de eetzaal ernaar. Met als gevolg dat eigenlijk niemand nog trek had in deze maaltijd.

Etenstijd op het internaat van de Broeders van De la Salle in Baarle-Nassau (foto met dank aan Bert Wijnen)

Bij verschillende internaten weten mensen zich nog een maaltijd te herinneren genaamd ‘filosoof’. Dit was een stoofpot, vaak gemaakt van vlees dat over was van de dagen ervoor. Het wordt door sommige oud-leerlingen vergeleken met de jachtschotel zoals we deze nu nog steeds kennen. Dit lijkt een van de populairdere maaltijden te zijn geweest op veel internaten.

Pudding is een toetje dat ook terugkomt bij verschillende internaten. Het betrof vaak een kookpudding, waar dan een dik vel op zat. Aan dit dikke vel hebben de meeste mensen die dit toetje benoemen geen goede herinneringen. Het toetje, wat eigenlijk een lekkernij hoort te zijn, was voor veel leerlingen daardoor eerder een straf. Leerlingen van het pensionaat 't Withof in Etten kregen soms een toetje in de vorm van een ‘schoenlapperstaart’ en dit dessert werd zeer gewaardeerd. Deze lekkernij was vooral in de zeventiende eeuw populair, maar ook tot ver in de twintigste eeuw werd er nog volop van gegeten.

Bron: gedenkboek "Denkend aan Stapelen zie ik…..”, met dank aan Kees Scheffers
Etenstijd op internaat St. Theresia / Stapelen in Boxtel (bron: publicatie "Denkend aan Stapelen zie ik...", p. 135, foto met dank aan Kees Scheffers)

Op internaten was het gewoon 'eten wat de pot schaft'. Lustte je het niet, dan had je pech. In veel gevallen werd het eten dat je niet opat, de volgende maaltijd weer voor je neus gezet. En als het de eerste keer warm al niet lekker was, dan was het de tweede keer (inmiddels afgekoeld en oud) natuurlijk al helemaal niet meer te eten. Er zijn dan ook veel verhalen bekend van leerlingen die het eten dat ze niet lustten probeerden weg te moffelen onder hun kleding om het na de maaltijd door de wc te spoelen. Deze noodgedwongen vindingrijkheid komen we ook tegen in de verhalen over Pensionaat Mariëngaarde in Aarle-Rixtel. De zusters daar hadden echter een slimme oplossing bedacht. Ze haalden alle klinken van de toiletdeuren en plaatsten deze pas een uur later, nadat etenstijd in de refter erop zat, weer terug.

Heb jij nog op kostschool gezeten en levendige herinneringen aan het eten daar, positief of negatief, laat het ons dan weten! Reageer hieronder en deel jouw ervaringen. En wil je deze ‘vergeten maaltijden' zelf eens proberen: op het internet zijn recepten van onder meer stokvisstamppot, filosoof en schoenlapperstaart nog altijd te vinden.

Ouders stuurden hun kinderen vroeger massaal naar een internaat. In Brabant waren deze instellingen bijna altijd katholiek. Meisjes zaten "op kostschool" bij de zusters, jongens bij de broeders of priesters. Wij hebben een kaart gemaakt met daarop alle katholieke internaten in de provincie van de jaren '50 tot in de jaren '70. Dat zijn er ruim 130. Klik op jouw internaat en deel je ervaringen. Heb je nog oude foto's? Stuur ze dan naar info@bhic.nl. Lees de volledige inleiding Huisregels Oud-leerlingen waarderen hun kostschoolverblijf achteraf heel verschillend. Wat voor de ene de hemel was, kon voor de ander een regelrechte hel zijn. Het BHIC vindt het belangrijk dat zij állemaal gehoord worden. Op onze site is daarom volop ruimte voor het delen van zowel positieve als negatieve ervaringen. Houd daarbij echter wel rekening met onze huisregels. Behandel elkaar met respect, zoals je zelf behandeld wilt worden. Klik hier voor alle huisregelsOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Aanbevelingen van Mick van Gerwen

VerhaalHemel of hel: op kostschool"Op kostschool zitten", veel Brabantse 55-plussers hebben daar nog herinneringen aan. Op een kostschool (ook wel internaat of pensionaat genoemd) kreeg je onderwijs met kost en inwoning. In Noord-Brabant waren deze kostscholen vrijwel zonder uitzondering katholiek. Meisjes gingen naar de zusters, jongens naar de broeders of priesters. Het BHIC heeft al deze Brabantse internaten op de kaart gezet.VerhaalTrauma of redding? Sport op het internaatKinderen op kostschool kregen vroeger vaak van maandag tot en met zaterdag les. En ook hun buitenschoolse uren waren telkens goed gevuld. Lanterfanten was er niet bij en de jongens en meisjes hadden veel minder vrije tijd dan vandaag de dag. Toch (en misschien juist daarom) werd er volop van die vrije uurtjes genoten. En uit reacties op onze internatenkaart blijkt dat sport daarbij veel aandacht kreeg.VerhaalPaters pesten en andere ondeugd op het internaatHet leven op katholieke internaten in Brabant stond vooral in het teken van kuisheid, gehoorzaamheid en soberheid. Een leven in het teken van God. De leerlingen die naar deze internaten gingen, waren echter van een leeftijd dat gehoorzaamheid het weleens aflegt tegen baldadigheid. Veel reacties op onze internatenkaart staan dan ook bol van de anekdotes over ondeugd binnen de kostschoolmuren.VerhaalBidden, eten, leren en weinig vrije tijd: Het dagritme op kostscholenHet leven voor kinderen op Brabantse internaten in de twintigste eeuw lag volgens een strak schema vast. Uit vele reacties op onze internatenkaart en een twintigtal interviews met oud-kostschoolleerlingen van verschillende internaten bij verschillende congregaties, blijkt dat de meeste kostscholen nagenoeg dezelfde dagindeling kenden.VerhaalGeloofsafval bij kostschoolleerlingen vanaf de jaren '60Een belangrijk doel van veel internaten in Brabant was het opvoeden van kinderen tot goede katholieke burgers. De broeders, paters en zusters die verantwoordelijk waren voor deze opvoeding, leefden hun leven al in dienst van God en probeerden hun godsdienstige leef- en denkwijze mee te geven aan de internen. Dit lukte echter lang niet altijd. Uit interviews met oud-leerlingen blijkt dat veel van hen al tijdens hun internaatverblijf van hun geloof zijn gevallen.