Terug naar overzichtOverzicht
Schattenplatz Kessel

Schattenplatz Kessel

Paul Huismans

3 november 2014

Vliegvelden in Brabant

Toen de geallieerde macht in het luchtruim groeide werd het riskant voor de Luftwaffe om veel vliegtuigen op één vliegveld te concentreren. Rond de Fliegerhorst Volkel legde de Duitse bezetter daarom schaduwvliegveldjes aan bij Kessel, Boxmeer, Keent en De Rips.

Ruwe en onnauwkeurige schets van het vliegveld bij Kessel door verzetstrijder 'Ernst', 1944, geprojecteerd op een kaart uit 1970. De schets is naar het artikel van L. van Tongerloo in Brabantia, jaargang 13 (1964). Klik op de foto voor een vergroting

Van deze Ausweich- of Schattenplätze is alleen Kessel ook echt in gebruik genomen. In april 1944 werden de uiterwaarden van de Maas bij de Lithse Ham verkend. Het terrein was eerder al aangewezen als noodlandingsterrein door de Nederlandse Luchtvaartbrigade.

Na aanvullende metingen werd er een grasbaan van 1.200 meter lang en 200 meter breed aangelegd. Een gevorderde woning diende de Luftwaffe als telefooncentrale en berging van seinmateriaal. De brandstof voor de vliegtuigen werd opgeslagen in de lagere school van Kessel. De benzinedepots op het terrein zelf zijn nooit afgebouwd.

In juli 1944 werden overdag op dit vliegveldje zes of zeven Junkers Ju 88 gestationeerd, die ’s nachts vanaf Volkel opereerden. Ze stonden dan onder camouflagenetten tegen de voet van de dijk geparkeerd en vlogen ’s avonds terug naar Volkel. Ca. 15 personeelsleden verzorgden de bewaking, verkeersleiding, verbindingen en brandweer. Zij verbleven niet bij het terrein, maar werden elke dag opnieuw aangevoerd.

Het Kesselse uitwijkveld werd op 9 augustus 1944 verlaten. De geallieerden werden door het verzet wel op het bestaan ervan gewezen, maar zij hebben het niet meer gebruikt.

De geschiedenis van de luchtvaart in Nederland begint in Noord-Brabant: in 1909 steeg in deze provincie voor het eerst een vliegtuig op (in Etten) en een jaar later, in 1910, werd het eerste vliegveld in ons land geopend bij Gilze-Rijen. En de eerste Nederlander die een privé-vliegtuig aanschafte, was de toenmalige burgemeester van Aarle-Rixtel, A. Albers Pistorius. Dat was in 1919. Hij maakte gebruik van het vliegveld Molenheide. Want al voor, maar vooral ook tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal vliegvelden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen alle vliegvelden een militaire bestemming en voorzover ze daarna bleven bestaan, hielden ze die meestal ook. Voor de sportvliegerij en de burgerluchtvaart kwamen er later nieuwe vliegvelden bij. De uitzondering is Eindhoven: daar delen militaire en burgerluchtvaart nog steeds de start- en landingsbaan. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Schattenplatz Kessel