Toen de geallieerde macht in het luchtruim groeide werd het riskant voor de Luftwaffe om veel vliegtuigen op één vliegveld te concentreren. Rond de Fliegerhorst Volkel legde de Duitse bezetter daarom schaduwvliegveldjes aan bij Kessel, Boxmeer, Keent en De Rips.

Nog in juni 1944 begonnen de Duitsers met de aanleg van een hulpvliegveld aan de Sambeeksedijk tussen Sambeek en Sint Anthonis. Arbeiders, karren en paarden werden gevorderd van de burgemeesters in omliggende gemeenten, tot in Mill aan toe.
Sloten werden gedempt of verlegd, het terrein geëgaliseerd en een grasbaan aangelegd. Het werk werd echter gestaakt voor het af was, toen de geallieerden door hun opmars dichter in de buurt van Brabant kwamen.
De geallieerden maakten wel dankbaar gebruik van de vliegstrip. Britse genietroepen maakten het begin oktober 1944 gereed voor gebruik door de Auster verkenningsvliegtuigjes van het 658 AOP-squadron van de RAF. Tot het eind van die maand was het in gebruik, daarna werd het squadron verplaatst naar Helmond.
Bron: de gegevens voor dit verhaal komen vooral uit het boek van W.F.J. Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 1940-1945. Oorlogsgeschiedenis op de grens van Noord-Brabant en Gelderland, Westervoort 2004.




