Terug naar overzichtOverzicht

De ondraaglijke lichtheid van St. Louis (deel 1)

Joost van Baerle

26 november 2020

Bijgewerkt op 25 april 2022

Internaat Saint Louis / Juvenaat Heilig Hart in Oudenbosch

Ik ben van september 1950. Een 'vroege' zeiden ze. Hetzelfde overkwam mij dus ook met een plotselinge deportatie zonder overleg in oktober 1962. Op vrijdag zat ik nog leuk met de boerenjongens in de klas en zondagavond werd mijn koffertje gepakt, want moeder vertelde dat de volgende dag mijn eerste dag zou zijn op internaat Saint Louis in Oudenbosch, een instelling van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga.

Saint Louis in Oudenbosch, 1953

We hadden een groot huis met velen kasten zo groot als kleine kamers. Dus ze hebben even moeten zoeken waar ik was die maandagochtend. Mijn zusje verraadde mijn verstek. 'Daar zit 'ie', zei ze wijzend met schrille stem. Het is nooit meer goedgekomen tussen mij en die zus.

Ik arriveerde bij de grote, zware, eiken dubbele voordeur van het internaat. Toen die deur opensloeg walmde de geur van wierook, versleten tapijten, heiligenbeelden en de oude bruine pij van de broeder mij tegemoet. (Voor zover heiligenbeelden een reuk kunnen hebben, maar dit is dan even de dichterlijke vrijheid van de auteur. Het zijn herinneringen van 58 jaar geleden.)

Aanmeldingsfolder. Klik de afbeelding om te lezen.

De broeder was gemaakt vriendelijk en grijnsde. Ik zag nog net wat etensresten tussen zijn scheve tanden. 'Kom maar mee want ze vreten je niet op mager manneke', zij hij. De broeder pakte me resoluut met zijn zweterige hand en we liepen op de grote cour richting de linkervleugel.

Je kunt wel nagaan ik was geheel en al opgelucht... brrrrr.

Hier een chambretje met eikenhouten kleerkast en gordijn ervoor. Weer brrrr.

Het was een klein hok waar je je niet kon keren. En dan dat vieze muffe gordijn...

Moeder gaf een vluchtige kus en snelde weg en ik rook nog de vertrouwde geur van haar parfum. Ze keek nog eenmaal om vol schuldgevoel, dat ze haar kind had afgeleverd in het interneringskamp. Nou ja, dat dacht ik toen even. Soms moet je een kind opgeven. Trojka hier trojka daar.

Ik was een braaf manneke en broodmager en meestal heel lief. Tenminste dat vond ik wel zelf. Dat lieve en naïeve. Aan mij hadden ze kind. Ik was zooo lief dat ze me vaak over het hoofd zagen en me vergaten mee te nemen na een uitstapje.

Sportbroekje van Saint Louis met mijn nummer 295 ingenaaid.

Oja en er waren op het internaat nog meer neefjes uit Gilze-Rijen van tante die en die. Dus dat zou een geruststellende mededeling zijn, dachten ze. En tante Anna komt jullie over twee weken ophalen en dan tante Marie enzovoorts.

'Hee' dacht ik. Dit is een complot. Hier is al langer aan gewerkt. Ik had er niks van gemerkt want was druk met over sloten springen en kikkers vangen en vooral ook vogelnestjes uithalen. Te laat dus. Het web was gesponnen en ik zat vast. Weet nog precies hoe ik me voelde.

Verraad, miskend, geen overleg, onmondig en nog zo een paar opwellende gedachten van boosheid maar vooral ook teleurstelling.

'Kom maar manneke dan gaan we naar je klas. Er zijn ook nieuwe jongens dus we moeten allemaal wennen aan elkaar.'

Ik dacht: 'WE'. Ik ga helemaal niet mijn best doen om te wennen. Er moest een zijpad zijn tussen de gebouwen en dan een poort waar je over kon klimmen. Sluiproute. Zou ook touw moeten jatten ergens.

Ja, ik zou ontsnappen. Maar eerst nadat ik de zwakke plekken van dit fort had ontdekt. Het dak van de slaapvleugel was niet zo hoog zag ik snel. Ik was hogere daken gewend met de buurjongen uit de straat als we insluipertje gingen spelen. Wat je dan allemaal tegenkomt in slaapkamers van de buren dat wil je niet weten. Maar dat is weer een ander verhaal.

Ik ben dat jongetje op de tweede rij derde van links, met ruiten blouse. Broeder Patricius met de bijnaam 'Knor'.

Ik zou 's nachts dan lakens aan elkaar knopen of een tunnel graven met nog wat jongens. Ik had dat in een film gezien. Een bal zoeken en dan daar een muts op en dan wat kleren om de lakens op te vullen alsof er iemand in bed ligt. Als ze het zouden ontdekken was ik allang gevlogen.

Geen paniek dus. Overmorgen ben ik hier weg. Ik zag geen uitkijktorens en prikkeldraad dus het leek mij een makkie. Oja en ik had ook nog snel een zakmes, lamp en een kompas van mijn grote broer in mijn koffertje verstopt. Ik zou dit Alcatraz snel verlaten. Dat was al snel duidelijk.

Namen van medeleerlingen zijn gefingeerd. Soms is hier en daar sprake van een lichte overdrijving ter verfraaiing, maar altijd dicht bij de waarheid.

Klik hier voor het vervolg

Internaat Saint Louis Aan de Markt 32-36 lag vroeger jongensinternaat Saint Louis. Dit internaat was onderdeel van het imposante kloostercomplex van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga (ook wel Broeders van Oudenbosch of Broeders van St. Louis genoemd. Op het internaat huisvestten de broeders de leerlingen van hun kweekschool. Maar ook hadden de broeders in Oudenbosch een lagere school, ulo en hogere burgerschool, waarvan de leerlingen eveneens intern onderwijs volgden. Saint Louis behoorde tot de grootste internaten van het land en bood in de hoogtijdagen onderdak aan maar liefst 700 internen! Lees verder Juvenaat Heilig Hart De Broeders van Saint Louis hadden in Oudenbosch meerdere kostscholen. Een daarvan was een 'juvenaat', oftewel een middelbare school voor aspirant broeders. Deze school in kwestie heette Juvenaat van het Heilig Hart en was ondergebracht in een langwerpig gebouw met een rood pannendak. Via een overdekte verbindingsgang was het verbonden met het Groot Juvenaat, waar de kapel deel van uitmaakte en ook de keuken en de afwaskeuken waren gevestigd.  Lees verderOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De ondraaglijke lichtheid van St. Louis (deel 1)