Op 23 mei 1944 kwam om 01.15 uur opnieuw een Lancaster III neer in Asten, dit keer in Het Ven bij Half 12. Deze bommenwerper (registratienummer NE118, 'call sign' UM-U2) was van het 626 Squadron en werd gevlogen door F/Sgt. E. Grisdale.

Drie bemanningsleden sneuvelden hierbij: navigator F/O John Beswick Morritt (22) (RCAF); radiotelegrafist/boordschutter Sgt. Ian Arras Pretswell (22) en staartschutter Sgt. Robert William Richardson (21). Zij liggen begraven op het oorlogskerkhof Jonkerbos in Nijmegen, graf 12 C 7-9.Vier bemanningsleden wisten het toestel op tijd te verlaten en belandden veilig aan de grond. Twee van hen werden vrij snel door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt: Sgt. R.A.J. Sindall, boordwerktuigkundige en Sgt. R.J. Turtle, boordschutter. De twee anderen konden ontsnappen, namelijk de piloot en de bommenrichter F/Sgt. R.H. Punter (RCAF). Piloot Grisdale bracht op 13 september 1944 rapport uit aan de geallieerde autoriteiten in Brussel over zijn ontsnapping. Nadat hij gesprongen en veilig geland was, werd hij opgevangen door burgers en naar een dokter gebracht (hij had een gebroken hand en schrammen in gezicht). Daarna werd hij naar een boerderij in Someren gebracht en vervolgens naar een kamp van het verzet bij Eindhoven, waar hij uiteindelijk nog zeven andere vliegers trof, onder wie Sparkes. Hij bleef daar tot 7 juli 1944 waarna hij per trein naar Venray, Sittard en later richting België werd getransporteerd. Op 12 september 1944 kwam hij uiteindelijk in contact met Amerikaanse troepen. En op 13 september was hij weer terug op vliegveld Hendon (Londen).



