Terug naar overzichtOverzicht
Hoog Bezoek: Te veel baby’s doodgeboren

Hoog Bezoek: Te veel baby’s doodgeboren

In Hoog Bezoek belicht De Gelderlander de periode 1895-1928 aan de hand van de werkbezoeken van commissaris van de Koningin Van Voorst tot Voorst. In samenwerking met het Brabants Historisch Informatie Centrum. Vandaag aflevering 3: vroedvrouw.

Er zijn weer vijf levenloos aangegeven kinderen op 32 geboorten; nogmaals heb ik B. en W. ernstig gewezen op hun duren plicht om de oorzaak van dit verschijnsel op te sporen (…)  B. en W. menen, dat de slechte toestand van de wegen hierbij een hoofdrol speelt. Verloskundige hulp moet komen vanuit Vierlingsbeek of vanuit Venray.

Mooi smoesje, zal de commissaris gedacht hebben, toen hij zijn verslag schreef over het  werkbezoek op 13 maart 1905 aan Maashees en Overloon. Maar zijn geduld raakte op. Vijf jaar geleden had hij de gemeente ook al gemaand. Toen waren er ook vijf doodgeborenen, maar op een totaal van vijftig bevallingen. Het percentage liep op, terwijl het in heel Nederland daalde.  

In een advertentie in het Boxmeersch Weekblad (1903) laat Anna Keltjens weten dat ze zich als gemeentelijke vroedvrouw heeft gevestigd

Ook in Vierlingsbeek, Gassel en Cuijk mopperde de commissaris. Hij had er reden toe: zijn provincie stak pover af in de statistieken van doodgeborenen. Het aantal daalde in Brabant wel, maar langzamer dan elders. In 1870 kwamen in Brabant 5,7 procent van de baby’s dood ter wereld, in 1904 was het percentage 4,7, maar in de rest van het land was het al 4 procent. De commissaris meende dat er te weinig verloskundige hulp was op het platteland. Een artikel in het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde, in datzelfde jaar, ondersteunde dat. Dr. G.W. Bruinsma concludeerde aan de hand van statistieken dat er verschillende oorzaken waren. Hij noemde ziektes bij vader of moeder (syfilis bijvoorbeeld), nonchalance bij de bevalling van baby’s verwekt buiten een huwelijk, maar ook het feit dat zwangere vrouwen veel te lang doorwerkten. In kleine plattelandsgemeenten “speelt onvoldoende en niet tijdige verloskundige hulp dikwijls een rol”, betoogde hij. Hij wees naar Limburg en Utrecht, provincies waarin veel meer vroedvrouwen actief waren en de cijfers veel gunstiger.  

Blijkbaar was het een aandachtspunt in Den Bosch. Het provinciebestuur wilde weten hoe de verloskundige hulp er voorstond en stuurt in dat jaar een enquête naar de Brabantse gemeentebesturen. In het Land van Cuijk blijkt dan in slechts vier van de vijftien gemeenten een vroedvrouw werkzaam te zijn: in Boxmeer, Cuijk, Grave en Sint Anthonis. Die vroedvrouwen helpen ook zwangere vrouwen in de omringende gemeenten, maar door slechte wegen en het ontbreken van degelijk vervoer zal die verloskundige hulp niet altijd optimaal zijn geweest.

Langzaam dringt het besef door dat het noodzakelijk is uit de gemeentekas een vroedvrouw te bekostigen. Vooral voor de minderbedeelden. Mill stelt in 1922 voorschriften op voor de gemeentelijke vroedvrouw ‘belast met de verloskundige armenpraktijk’, die een jaarsalaris van 800 gulden tegemoet kan zien. Die van Boxmeer, Anna Bongaerts-Keltjens, krijgt 1.200 gulden meer, maar vraagt in dat jaar loonsverhoging. De gemeenteraad wijst haar verzoek – ze wil 200 gulden meer – beleefd af. Ze blijft haar taak uitvoeren, al zal het misschien wat mopperend zijn geweest. Als ze in 1942 na bijna veertig jaar afzwaait, heeft ze meer dan 10.000 keer naar haar verlostas gegrepen, in weer en wind. De vroedvrouwen hebben in die dagen ook het nodige te stellen met eigenwijze huisartsen en pastoors. Daarover volgende week meer.

Illustratie

In een advertentie in het Boxmeersch Weekblad (1903) laat Anna Keltjens weten dat ze zich als gemeentelijke vroedvrouw heeft gevestigd.

Dit verhaal verscheen eerder in Dagblad De Gelderlander

Bekijk hier alle verhalen in de serie Hoog Bezoek

Noord-Brabant door de ogen van de CdK Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Daarvan hield hij een soort dagboek bij, waarin hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak!Klik op de gemeente van je keuze om te lezen wat hij daarover te vertellen had. En laat vooral ook je reactie achter! Of lees eerst de inleiding De commissaris liet zijn notities per gemeente bij elkaar bewaren, dat was handig als geheugensteun bij een volgend bezoek. Om zijn reizen te kunnen volgen hebben wij ze ook in tijdsvolgorde bij elkaar gezet. Lees hier de verhalen in chronologische volgorde N.B. ZOWEL IN DE INLEIDING ALS IN DE VERHALEN IN CHRONOLOGISCHE VOLGORDE KUN JE NAAR WOORDEN ZOEKEN DOOR DE TOETSEN 'Ctrl' EN 'F' TEGELIJK AAN TE SLAAN.Ontdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Hoog Bezoek: Te veel baby’s doodgeboren