De veerverbinding tussen Vierlingsbeek en Bergen is al eeuwen oud. Waarschijnlijk stamt hij zelfs al van niet lang na 1300. Oorspronkelijk zal dat overzetten slechts heel kleinschalig zijn gegaan, per roeiboot. Pas later werd het mogelijk om niet alleen voetgangers, maar ook karren, vee en goederen over te zetten.

Het recht om dat te doen, het zogenaamde veerrecht, was van oudsher verbonden aan een boerderij aan de Vierlingsbeekse kant, het veerhuis Beekerstaaij. In 1893 pachtte de familie Van den Boogaard de boerderij en het veer. Zes jaar later kocht de familie Van den Boogaard het geheel en sindsdien hebben de Van den Boogaards van generatie op generatie de veerdiensten verzorgd. De Beekerstaaij behoorde in vroeger tijden tot kasteel Macken, dat in 1806 is gesloopt. De oorspronkelijke stenen palen met leeuwen van het toegangshek van het kasteel staan nu bij het veerhuis.


In het midden van de 17e eeuw is in Nijmegen de zogenaamde giertechniek uitgevonden. Men maakte daarbij gebruik van de stroming van de rivier om naar de overkant te komen. Ook tussen Vierlingsbeek en Bergen heeft lang een gierpont gevaren. Na de Maaskanalisatie in de jaren ’30 verminderde de stroomsnelheid van de Maas. Daardoor was de techniek van het gieren als enige voortstuwing niet meer voldoende en kreeg de pont toen een hulpmotor.
De overtocht met dit oude veer duurde enkele minuten. Dat kon beter: in 1973 werd de gierpont omgebouwd tot kabelpont. Sindsdien vaar je in iets meer dan een minuut naar de overkant langs een kabelverbinding. De veerman staat tussen zijn klanten en rekent de overtocht af met in zijn hand de knip en het bonnenboekje. Aan de overkant doet hij de slagbomen omhoog om zijn passagiers te laten wegrijden en vaart direct weer terug met nieuwe klanten.



