In 1935 verscheen in het Boxmeers Weekblad een zwanenzang voor de molen van Sint Anthonis. Het verdwijnen van de molen “laat een groote doode plek open die nooit meer met zulk een sieraad zal worden aangevuld”, schrijft de krant triestig.
En zo luidde dit droevige gedicht:

Ruim honderdvijfendertig jaar
Stond die oude reus reeds daar
Was een voordeel voor den eigenaar
Trotseerde steeds het stormgevaar
Was voor het dorp een pronkjuweel
Verschafte boer en burger meel
Eischte aan onderhoud niet veel
Was dag en nacht in het gareel
De vergoeding voor dit werk, zoo schoon
Werd hier weer “Ondank ’s werelds loon”
Die mooie molen wat droevig lot
Die mooie molen, hij ligt kapot!

Eerder had men al bericht over de deplorabele staat waarin de molen al een tijdje verkeerde: “De oude reus is reeds van zijn schoone ijzeren wieken ontdaan en staat van zijn fiere kracht beroofd, jammerlijk te treuren in zijn machteloosheid, als een oudheerscher, met geamputeerde armen en beenen.”
Een advertentie in het molenaarsweekblad De Molenaar in 1932 had het einde al aangekondigd. De molen werd te koop aangeboden aan de meestbiedende bij inschrijving vóór 15 november. Met als toevoeging: "Slopen binnen 14 dagen".
Ook toen reageerde het Boxmeers Weekblad alert: “Wie kan aan St. Teunis denken zonder zijn ouden standaardmolen, wiens aanblik iederen vreemdeling, die hier ooit passeerde heeft geboeid om zijn landelijke schoonheid en aantrekkingskracht?”

Want zoals in zoveel plaatsen was ook in Sint Anthonis de molen een wat we nu ‘beeldbepalend’ element zouden noemen. De standaardmolen was in 1800 gebouwd ter vervanging van de vorige molen, die in 1799 door een zware storm werd verwoest. Daarbij had de molenaarsknecht het leven gelaten, toen hij vermorzeld werd tussen de “ineengekraakte balken”. In 1813 werd de nieuwe molen en het molenhuis verkocht aan de familie Van Sambeek, die er ruim een eeuw maalde.
Jos van Sambeek verkocht de windmolen in 1918 aan Chr. Martens, die de molen al weer twee jaar later, in 1920, verpachtte aan de Coöperatieve Handelsvereeniging in Veghel die ervoor betaalde om de molen niet te gebruiken. Na afloop van het pachtcontract in 1932 stond hij dus te koop om gesloopt te worden.
Het Boxmeers Weekblad keek met droefheid op die twaalf jaar terug: “Sindsdien staat de oude reus te treuren en werd in tien jaren niet meer gebruikt. Ongeveer 130 jaar heeft hij gezwoegd en gehijgd en gedraaid voor boer en burger, ja zelfs in den mobilisatietijd stond hij in donkere nachten met volle zeilen te ronken en te bonken, zoodat hij in al zijn voegen kraakte om den boer toch maar aan meel te helpen.”
Uiteindelijk bleek alle aandacht die de krant aan de molen van Sint Anthonis besteedde niet meer dan stervensbegeleiding. Wat ooit een sieraad voor het dorp was, kreeg in 1935 een roemloos einde. Wat rest is het mooi gerestaureerde molenaarshuis en een molenmonumentje, opgericht door heemkundekring "Sint Tunnis in Oelbroeck".


