Middenin de Binnenpolder, ten noordoosten van Terheijden, ligt al ruim drie eeuwen lang een eendenkooi. Vanaf 1693 tot 1935 is de kooi gebruikt om eenden te vangen voor de consumptie. Ook nu nog is kooieend gewild in wildrestaurants, omdat er in tegenstelling tot geschoten eenden, geen hagel in zit. Een deel van de opbrengst ging naar de Heer van Breda, in ruil voor het recht eenden te vangen. Daar kwam rond 1820 een einde aan.


Lange tijd hebben de kooikers hier een goede boterham kunnen verdienen. Rond 1920 bracht een kooieend meer op dan een kilo boter. Maar vanaf die tijd ging het langzaam bergafwaarts met de vangst. Eenden houden van een waterrijke omgeving en die verdween langzaam als gevolg van de lagere waterstanden in de polder. Eenden houden ook van rust. Daarom genoten kooikers het recht op rust rond hun kooi, zoals molenaars vroeger het recht op wind genoten. Maar de groeiende verstedelijking maakte een einde aan die rust.

Terwijl er zo een einde kwam aan de commerciële uitbating van de eendenkooi, groeide het natuurbelang, omdat er ondanks alles toch sprake was van een relatieve rust, die voor veel andere vogelsoorten wel degelijk aantrekkelijk was. Sinds 1970 zorgt Staatsbosbeheer samen met veel vrijwilligers voor de conservering van het natuurgebied rond de eendenkooi.
Dankzij de eeuwenlange handhaving van het stiltegebied is de kooi en zijn omgeving een broedplaats van enkele roofvogels en vele soorten zangvogels. Er groeien bijzondere planten, en meer dan honderd soorten paddestoelen. Ook komen er wel twintig soorten dagvlinders voor.

Behalve een bijzonder natuurgebied is de eendenkooi zelf natuurlijk een cultuurhistorisch fenomeen, een voorbeeld van hoe onze voorouders in hun onderhoud voorzagen. Daarom zorgt een werkgroep van de Heemkundekring De Vlasselt uit Terheijden voor de restauratie en het onderhoud van de eendenkooi zelf. Bezoekers krijgen hier uitleg over het oude kooikersvak.
Bekijk ook





