Op een gure decemberavond in 1925 arriveerde uit de richting Bergen op Zoom bus no. 15 van de firma Krijger uit Goes aan de Brabantse oever van het Thoolse Veer. De bus reed de pont op en werd overgezet. Rond half zeven meerde de boot aan de overkant aan.

De bus begon de steile dijk op te rijden. Bijna boven viel plotseling de motor stil. Chauffeur Van der Vliet trachtte uit alle macht te remmen. De inzittenden drongen in paniek naar voren; in het gedrang slaagde de chauffeur er niet in om het stuur om te gooien. De bus reed achterwaarts de helling af en het water in. Hij zonk meteen.
Slechts twee inzittenden wisten te ontkomen: Van der Vliet zelf via de zijdeur en de zoon van weduwe Dorst uit Stavenisse via het achterraam. De overige inzittenden, zeven vrouwen en meisjes, verdwenen met de bus in de Eendracht, die daar al direct langs de wal meters diep is.
Pas na enige tijd kon de bus worden gelokaliseerd. De stoffelijke overschotten van zes slachtoffers werden geborgen, het laatste slachtoffer werd pas later teruggevonden. Het dorp Poortvliet bleek zwaar getroffen: twee dochters van bakker en wethouder Krijger, de vrouw en een dochter van slager Franke en de vrouw en een dochter van landbouwersknecht Hageman verdronken. Het zevende slachtoffer woonde in Sint-Maartensdijk.

Het ongeval maakte diepe indruk, niet alleen op Tholen, maar in heel Nederland. Er verscheen zelfs een lied op de ramp in druk. De Commissaris van de Koningin in Zeeland kwam de volgende dag hoogstpersoonlijk poolshoogte nemen, koningin Wilhelmina zond een telegram om haar deelneming te betuigen.
Hoe kon dit gebeuren? Onderzoek van het parket in Breda bracht mechanische mankementen aan het licht: de voetrem slipte, van de handrem ontbrak een essentieel onderdeel, waardoor op het rechterachterwiel geheel niet en op het linkerachterwiel slechts licht geremd kon worden.
Van der Vliet werd doodslag ten laste gelegd en de rechtbank te Breda veroordeelde hem tot vier maanden gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid voor vijf jaar en vier maanden.

In hoger beroep moest echter worden vastgesteld dat de mankementen aan de rem wellicht pas tijdens het opdreggen van de bus uit de Eendracht waren ontstaan. Bovendien had de bus die hele 29e december zonder problemen gereden. De chauffeur kon daarom niet aansprakelijk worden gesteld.
Op 5 juli 1926 werd hij door het Bossche gerechtshof vrijgesproken.
Bekijk ook
Podcast: "Ze werd 16 die dag" - over de autobusramp van 1925
De komst van de bus in Brabant verandert het reizen drastisch. Voor álle Brabanders. De bus was snel. En goedkoop. Maar veilig? In deze podcast gaan we terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw; de tijd dat de remmen van een bus soms met ijzerdraadjes zijn vastgebonden. Zo staat het letterlijk in de krant. Onder de grote kop 'Weer een bus-ongeluk'. Alsof het erbij hoort, net zo vanzelfsprekend als het weerbericht van die dag. Maar die toon verandert in 1925, als een busongeluk verandert in een regelrechte ramp.



