In januari 1948 vertrok Jan Smits, met tal van leeftijds- en lotgenoten, naar Nederlandsch-Indië om daar te strijden voor het behoud van onze koloniën. Zijn vader Marinus schreef hem niet zo lang na zijn vertrek een brief met goede raadgevingen en goede wensen.




Hoewel hij gewond raakte, kwam Jan uiteindelijk toch weer gezond thuis. Daar werd hij verwelkomd door familie en vrienden met erebogen en een hartverwarmend welkomstlied. Niet lang na zijn terugkomst stichtte hij een gezin.




