Terug naar overzichtOverzicht
Het inundatiegebied van de Zuiderlinie; klik voor een vergroting. Bron: Wikimedia Commons/Niels Bosboom

Zuiderfrontier

Rien Wols

17 mei 2011

Water in Brabant

Na de ervaringen in de oorlog met Frankrijk in 1672 werd vanaf 1698 aan de zuidgrens van de Republiek een militaire verdedigingslinie aangelegd, het Zuiderfrontier.

Het inundatiegebied van de Zuiderlinie; klik voor een vergroting. Bron: Wikimedia Commons/Niels Bosboom
Het inundatiegebied van de Zuiderlinie; klik voor een vergroting. Bron: Wikimedia Commons/Niels Bosboom

Uiteindelijk werd dit de langste aaneenschakeling van forten, vestingsteden en inundatiegebieden die Nederland ooit heeft gekend. Deze linie was grotendeels op inundatie gebaseerd en heet daarom ook wel de Zuider Waterlinie.

Het Zuiderfrontier liep vanaf Sluis in Zeeland tot aan Nijmegen. Het grootste deel van de Zuider Waterlinie lag dus op het

Menno van Coehoorn
Menno van Coehoorn

grondgebied van Staats-Brabant. De bestaande wateren aan de Brabantse noordgrens, de Eendracht, het Hollands Diep, de Biesbosch en de Maas werden gebruikt om de aangelegen landerijen te inunderen. Eenmaal geïnundeerd vormden deze gebieden tussen de bestaande (vesting)steden een doeltreffende verdedigingslinie.

Het hele concept van de linie was uitgedacht door Menno van Coehoorn. Hij combineerde al bestaande onderdelen, met name vestingsteden, met verschillende inundatiegebieden en nieuwe werken zoals de Linie van Den Hout, de Linie van de Munnikenhof en het Retranchement bij Waspik. Daarnaast liet hij een aantal vestingsteden verbeteren, zoals Bergen op Zoom, Breda, 's-Hertogenbosch en Grave.

Waspik
Waspik

De uitvoering van veel van deze werken verliep echter nogal traag. Dat kwam onder meer doordat de aanleg van zo’n verdedigingslinie weinig urgentie leek te hebben. In 1697 was namelijk bij de Vrede van Rijswijk een clausule opgenomen, die bekend staat als het Barrièretractaat. Dit verdrag stond de Republiek toe om garnizoenen te houden in een achttal grenssteden met Frankrijk in de Oostenrijkse Nederlanden.

In 1715 werd dat traktaat nog een keer vernieuwd. Daarmee lag het zwaartepunt van de verdediging van de Republiek feitelijk in de Zuidelijke Nederlanden. Pas door de Franse inval in 1747, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, waarbij Bergen op Zoom en Maastricht veroverd werden, bleek toch de noodzaak van een goed verdedigde zuidgrens.

In 1748 verscheen een fraaie kaart van de hele Zuider Waterlinie van Covens en Mortier (Amsterdam). Bron: Riksarchivet (Zweden), K0010766_00001. Klik op de kaart voor groter beeld.
In 1748 verscheen een fraaie kaart van de hele Zuider Waterlinie van Covens en Mortier (Amsterdam). Bron: Riksarchivet (Zweden), K0010766_00001. Klik op de kaart voor groter beeld.
Kralingse veer
Kralingse veer

In 1793 doorbraken de Franse legers de West-Brabantse Waterlinie. Ze plunderden Tholen, maar moesten zich toch weer terugtrekken. Niet voor lang echter: een jaar later maakten de Fransen gebruik van de echte zwakke plek van iedere waterlinie, vorst. In de strenge winter van 1794-1795 zagen zij hun kans schoon en trokken bij Kralingse Veer de bevroren Maas over.

Daarmee kreeg het Zuiderfrontier een roemloos einde. Want onder het Franse bewind in de jaren tussen 1795 en 1814 verviel de noodzaak van een verdedigingslinie tegen een vijand uit het zuiden. Alleen de vestingen Willemstad en Bergen op Zoom behielden hun functie in het kader van de kustverdediging tegen de Engelsen. De Belgische Opstand bracht weer verandering in die situatie. Toen werden de Brabantse verdedigingswerken van het Zuiderfrontier opgenomen in de Noord-Brabantse Waterlinie.

Heel veel gegevens vind je op de websites Zuider-Frontier  en Het Zuiderfrontier

De kaart van 1748 werd op 11 september 2018 aan het verhaal toegevoegd dank zij een tip van Peter van de Laar. Red.

Bekijk ook

Waterlinies in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…