Een rokende schoorsteen vond ik een aardig gezicht, vooral bij een beetje wind. Dan wervelde de rook naar alle kanten. Enkele weken per jaar kwam er bij ons witte rook uit de schoorsteen. Soms bracht die rook de geur van zwavel, als er juist kolen in de Leuvense stoof waren opgebracht.

Na de slacht lag het te pekelen vlees enkele weken in de gemetselde vakken van de voorraadkelder. Was de pekeltijd voorbij, dan werd het vlees in de schouw gerookt.

De schouw was vanaf de zolder via een ijzeren deur bereikbaar. In het rookkanaal waren horizontale ijzeren staven aangebracht om het vlees, voorzien van spekhaken, aan op te hangen. Dat vlees bestond uit spek, ham, ring- en bloedworst, de piserik en niet te vergeten de blaas, want die hadden we nodig voor de rommelpot bij het Vastenavondzingen. Het rookkanaal van de goeikamer was met een pijp gescheiden in de schouw, terwijl de rookafvoer van het houtfornuis in den herd meteen in de open schouw eindigde. Voor het reuken (roken) werd houtzaagsel, zaagmeel van vader uit het Werkhuis gebruikt. Dat bevatte geen lijmresten. Tijdens het reuken smeulde het vuur alleen maar. Het mocht niet branden, omdat het vlees dan te heet zou worden en het vet zou smelten en naar beneden druipen. Wanneer er thuis gereukt werd, kwam er vanuit de linker schoorsteen van het woonhuis (zie foto) witte rook. Dan dacht ik aan de pauskeuze in Rome. Maar de keuze was thuis al maanden eerder gemaakt, namelijk bij het kiezen van de slachtdatum voor het varken. Die was zo afgestemd, dat het vrouwvolk niet menstruerend was. Na het rookproces werd het vlees opgehangen in de spekkast, die vader op zolder gemaakt had. De kast was van alle zijden open en voorzien van vliegengaas. Iedere dag, behalve op vrijdag, aten we spek op het brood, zelf gesneden met het mes. Ham was er alleen bij een bezoek. Vader sprak ons vermanend toe, als we het stuk spek te veel uitheulden (uitholden) bij het snijden. Soms kwam er ook witte rook uit de 35 meter hoge fabrieksschoorsteen van het romfabriek, de zuivelfabriek tegenover ons. Maar daar werd niet gerookt, daar werd met cokes gestookt voor het winnen van stoom voor de stoommachine. Een rookoven vind je in het prehistorisch deel van het Eindhoven Museum (EM). Een toepasselijk gezegde: je moet van elkaar de schoorsteen niet zien roken, wat wil zeggen: je directe familie moet niet te dichtbij wonen. Het tegengestelde bij het vrijen, verkering. Dan was wél de bedoeling dat je de rook van elkaar zag, dicht in de buurt woonde. Dan waren er geen geheimen te verbergen. En een weersvoorspelling over rook luidt: wanneer uit de schoorsteen de rook neerslaat, is er slecht weer op komst.
