Terug naar overzichtOverzicht
De aansluiting van het Wiljhelminakanaal op de Zuid-Willemsvaart onder Beek en Donk

Wilhelminakanaal

Rien Wols

30 juni 2009

Water in Brabant

Het Wilhelminakanaal verbindt de Amer bij Geertruidenberg met de Zuid-Willemsvaart tussen Beek en Donk en Aarle-Rixtel. Het kanaal loopt dus dwars door de Brabantse zandgronden. Van Geertruidenberg tot Dongen is het bevaarbaar voor schepen tot 1.350 ton (klasse IV). Daarna kunnen er slechts schepen tot 650 ton (klasse II) varen. Maar aan een vergroting en verbreding tot bij Tilburg wordt gewerkt.

Aansluiting Wilhelminakanaal en Zuid-Willemsvaart
Aansluiting Wilhelminakanaal en Zuid-Willemsvaart

Voor de overbrugging van het hoogteverschil van 15 meter zijn vijf sluizen nodig, die ter onderscheiding van de sluizen in de Zuid-Willemsvaart aangeduid worden met de Romeinse cijfers I - V.

Al sinds het einde van de 18e eeuw leefde met name in Tilburg de vurige wens om aangesloten te worden op een goede verbinding over water. De eerste plannen voor een kanaal dat Tilburg en Eindhoven met de Maas zou verbinden, dateren dan ook al uit 1794. Vervolgens zijn er door de hele 19e eeuw heen kanaalplannen gesmeed, maar tot graven leidde dat niet.

In 1878 komt ingenieur F.C. Bake, hoofdingenieur van de net opgerichte dienst Provinciale Waterstaat, met een plan dat daadwerkelijk levensvatbaar lijkt. De contouren van het latere Wilhelminakanaal zijn in dit plan in ieder geval duidelijk herkenbaar. Maar pas in juni 1905 wordt daadwerkelijk de “Wet tot aanleg van een scheepvaartkanaal ter verbinding van de Zuid-Willemsvaart en de rivier de Mark onderling en met de rivier de Amer” van kracht.

Sluis II (© M. Hensen, Binnenvaart in Beeld)
Sluis II (© M. Hensen, Binnenvaart in Beeld)

Ook een wet blijft papier, zolang de benodigde grond nog niet in eigendom is verkregen: er moesten nog zo’n 2.400 percelen van bij elkaar 900 eigenaren langs het kanaaltracé onteigend worden, voordat er daadwerkelijk een spa in de grond kon gaan. In 1910 begon men met het op de gewenste diepte brengen van de Donge vanaf Geertruidenberg en vanaf 1912 was Oosterhout vanaf de Amer via het Wilhelminakanaal bereikbaar.

Op 14 februari 1919 werd het kanaal tussen de los- en laadplaats van Dongen en de losplaats van Tilburg aan de Lijnsestraat voor de scheepvaart opengesteld. Op 28 april werd dit deel van het kanaal officieel geopend met een boottocht vol ingenieurs en Tilburgse notabelen van Oosterhout naar Tilburg.

Wilhelminakanaal in Tilburg, Lijnsheike (foto: RAT)
Wilhelminakanaal in Tilburg, Lijnsheike (foto: RAT)

Tilburg had nu dus wel een laad- en losplaats aan het Lijnsheike, maar nog geen echte haven. Die werd tussen 1921 en 1923 aangelegd. Op 20 maart 1923 kon het Nieuwsblad van het Zuiden melden dat die middag de eerste ‘boot’ was binnengelopen in de nieuwe haven aan het Pius-plein. Het was de Davo, geladen met 1.500 balen tarwebloem voor de firma H. Schravenbouts. Op 4 april daarna werd het gehele kanaal opengesteld.

In 1972 is Sluis I vervangen, waardoor die geschikt werd voor het schutten van grotere binnenschepen. Anno 2010 is het Wilhelminakanaal vanaf de Amer tot aan Sluis II geschikt voor binnenvaartschepen Klasse IV (tot 1350 ton).

Graven van het kanaal in Oirschot (foto: RHCE)
Graven van het kanaal in Oirschot (foto: RHCE)

Op 7 november 2007 hebben het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg een convenant gesloten over de verbreding en verdieping van het kanaal, het slopen van Sluis II en vervangen van Sluis III. Dat laatste was nodig, omdat de oude sluis III de enige bajonetsluis in Nederland is en een industrieel monument.

De nieuwe, grotere Sluis III werd in oktober 2017 in gebruik genomen. Ten oosten van deze sluis is een zwaaikom (keerplaats) voor de schepen aangelegd. De vervanging van Sluis II verkeert anno 2024 nog in een planstadium. Door het verbreden en verdiepen wordt het hele kanaal tot aan Tilburg (bedrijventerreinen Kraaiven en Loven) geschikt voor grotere binnenvaartschepen (klasse IV).  De planning voor al deze werkzaamheden is in handen van Rijkswaterstaat.

In 2004 maakte wandelden René en zijn cameraman Léon langs het kanaal. Bekijk aflevering 1 van het 7e seizoen (2004) van het programma De Wandeling van Omroep Brabant.

Bron: o.a. Rijkswaterstaat

Bekijk ook

Kanalen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Wilhelminakanaal