Terug naar overzichtOverzicht
Leeghalen van de fuiken

Visserij rond Lith

Rien Wols

10 januari 2011

Water in Brabant

Rond 1830 bestonden er in Alem, Maren en Kessel nog twee visserijbedrijven, het ene in eigendom van de Domeinen en het andere in eigendom van het Visserscollege Sint Pieter te Heerewaarden.

Leeghalen van de fuiken
Leeghalen van de fuiken

Ook de visserij op de Maas bij Lithoijen en de daarop uitkomende killen was in handen van het Visserscollege. De heer Van Welsenis uit Oijen bezat de visserij bij Oijen. Het Visserscollege Sint Pieter hield in 1924 op te bestaan, maar visserij Van der Zanden en Zoon in Lith hield het wél vol.

Ook tegenwoordig nog liggen de drie vissersboten van het bedrijf, inmiddels de enige palingvissers op de Maas in deze regio, aan de Lithsedijk. Maar alleen op paling vissen is niet meer voldoende. Oorspronkelijk pachtten de vissers bij voorkeur de visgronden in de buurt. Maar door de afname van de visstand hebben de huidige vissers meer visgebied nodig om hun bedrijf gezond te houden.

Ankerkuilvisserij
Ankerkuilvisserij

De visgronden die ze pachten liggen soms meer dan 60 kilometer uit elkaar. Het verst is voor Van de Zanden een concessie bij Lobith. Daar wordt, behalve met fuiken, ook met de ankerkuil gevist, vooral op plekken waar een sterke stroming staat.

Bij Lith zelf is dat achter de waterkrachtcentrale van de stuw. De ankerkuil is een net dat gespannen wordt tussen twee palen, met in het midden een uitstulping: de zak. Aan de zak is weer een fuik bevestigd. Het net wordt vertikaal neergelaten vanaf een schuit, daarbij komt de paal aan de onderzijde op de bodem van het viswater terecht.

De paal aan de andere zijde wordt juist boven het wateroppervlak gehangen. Door de stroming gaat het net bol staan, waardoor de vis die een uitweg zoekt, naar de zak wordt geleid.

Paling
Paling

Als gevolg van vangstbeperkende maatregelen wordt er echter nog maar drie maanden per jaar (mei - juli) gevist. In de maanden waarin niet gevist mag worden, wordt de vis verwerkt: roken, fileren en verpakken. Het wordt dan ook steeds moeilijker om louter van de visvangst voor consumptie te leven.

De Oijense Hut
De Oijense Hut

Een welkome aanvulling op het inkomen komt van de visserij voor wetenschappelijk onderzoek. Vissers krijgen daarvoor opdrachten van waterschappen, Rijkswaterstaat, visclubs of instituten voor biologisch onderzoek. Het gaat dan om vangen, meten, merken of bezenderen en terugzetten van de vis.

Nol van Orsouw
Nol van Orsouw

Niet alleen op de Maas, ook op de binnenwateren oefenden vissers hun beroep uit. De laatste van de Oijense beroepsvissers op het binnenwater was Nol van Orsouw, ofwel "Nol van de hut". Hij woonde in café “De Oijense Hut” aan de Oijenseweg. Hier, bij de brug over de Hertogswetering, heeft hij zijn hele leven gevist, net als zijn vader, met fuiken en netten.

Daarnaast bediende Nol de sluizen om de waterstand te regelen en baatte hij café De Oijense Hut uit. Hij overleed in 1968, 78 jaar oud.

Bekijk ook

Visserij in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…