vesting Willemstad
1583-1926
Vlek Ruygenhil, 'n heer wil dijken, zend je herders heen!
Je bent krap uit het water en reeds door geus en tuig geschokt,
als een prins je omwalling verzint en jij plots Wilemstad heet.
Van krijgsvolk zul je nu leven, de hel raast buiten je en naakt
zijn wie daar wonen, oogsten rotten als oorlogen draaien,
alle kampen hitsen op tot redeloos roven en reddeloze moord.
Wie verbergen zich achter de strijd? Lang nadat landsheer
en keizer vertrokken, ver van de poelen en dampen van te vroeg
verkild bloed, staan uit herstelde restanten schuld noch boete op.
Y. Né
Uit: de Zuiderwaterlinie, gedichten. (Uitg. NBKS)
