vesting Heusden
1322-1816
Je forse jongens op de kat, hun mond geboordvoor 12 pond ijzer door klokgieterszonen, naastkrombaangeschut, daveren tot in de moordkuilen door.
Hoor de donderbussen met hun druiven, kwaai scherp.Je bergt de bruggen op - hup! - klettert neer de oorlogshorren,imponeert met je volumes, kepen, hoeken - jij legerdame!
Onze boetes van aarde en brood pak jij aan, maar onzehop en volkstuinen ruk je uit, tot in de sobere onderkomenstref je de zielen. Heden: op je flanken kleine jongensfietsen.
Y. Né
Uit: de Zuiderwaterlinie, gedichten. (Uitg. NBKS)
