Direct na de oorlog, maar ook jaren daarna nog, stond er veel Amerikaans en Engels legermaterieel in ons land opgeslagen. Dat werd later te koop aangeboden of zelfs gewoon in de grond gedumpt, zoals het materiaal dat bij vliegveld Deelen verzameld was.

Overtollig materiaal werd verkocht, waaronder trailers van het type Ben Hur. Jammer genoeg ontbraken hieraan de rubberbanden. Vader bestelde twee van die aanhangers, de wielas voorbestemd voor nog te bouwen landbouwwagens. Het materiaal kwam in maart 1948 aan in de haven van Veghel. Mijn oom haalde de bestellingen voor meerdere Udenaren met paard en wagen op. Voor de kale wielkassen werden rubberbanden besteld, een spatbord gebruikte vader als regenscherm voor de houten poelie van de zandslijpsteen, alle onderdelen vonden een bestemming.
De bakken werden omgekeerd. Eén werd er onder het maaiveld gebruikt als deksel voor een zinkput van het rioolwater, de ander als dak van de voortaan buiten geplaatste fornuisketel. Als kind gebruikten we de spatborden als een soort hoepel. Met de kettingen sloeg Zwarte Piet tegen de vensters om ons schrik aan te jagen.

Mijn broer bouwde met onderdelen van de gesloopte zweefvliegers een speelgoedwagentje. Het stuurwiel diende ook hier als besturing, het voorwiel had oorspronkelijk gediend als staartwiel van de glider. Voor de achterwielen gebruikte Toon de stalen neuswielen van de Ben-Hurtrailers. Tijdens het voortbewegen op de verharde weg klonk het geluid als dat van een ratelende boerenkar.
Het speeltje op de foto is bemand door mijn jongste broer op klompen. Op de achtergrond een bloemenzee van door Moeke gezaaide Póte Kèèpkes, Oost-Indische kers. Op de foto van de trailer zie je op de achtergrond de Stoomzuivelfabriek St. Henricus. Die werd in 1953 gesloopt en daarna grootser herbouwd.
