De sluis bij Engelen heette vroeger officieel de “Henriëttesluis”. Hij was genoemd naar het bastion Henriëtte dat bij fort Crèvecoeur hoorde. En dat bastion ontleende zijn naam weer aan Henriëtte Catharina van Nassau, de laatste nog levende tante van stadhouder Willem III, waarnaar het gebied ten noorden van Den Bosch (de Henriëttewaard) is genoemd.

De schutsluis ligt bij de uitmonding van het Diezekanaal in de Maas. Vóór 1900 maakte de scheepvaart gebruik van de schutsluis bij fort Crévecoeur uit 1735. Door de Maaswerken en de lagere waterstanden als gevolg daarvan kon deze sluis echter niet meer gebruikt worden. Er werd een nieuwe uitmonding gegraven, het Diezekanaal, met daarin een moderne schutsluis. Dat begon in de jaren 1897-1898. In 1902 werd de nieuwe sluis in gebruik genomen. Vanuit deze sluis wordt ook de spuisluis bij Crèvecoeur bediend.

De sluis is uitgevoerd met dubbele sluisdeuren, zodat zowel bij hoog water op de Maas als op de Dieze geschut kan worden. Het aparte aan deze sluis is dat de kolk komvomig is. Ook de kanten van de kolk zijn niet verticaal, ze lopen onder water schuin naar binnen. Iets waarmee men bij het schutten terdege rekening moet houden.

Een andere bijzonderheid van de Engelense sluis is het gebruikte systeem van cylinderafsluitingen in de langsriolen die ter weerszijden van de schutkolk lopen. Die cylinderafsluitingen zijn van het zogenaamde systeem ‘Caligny’, genoemd naar de Franse waterbouwkundig ingenieur Anatole de Caligny (1811-1892) en tamelijk zeldzaam in Nederland. Door zijn hoofdvorm, zijn detaillering en zijn materiaalgebruik is Sluis Engelen een sluis van historisch (vooral civieltechnisch) belang. Daarnaast is het een belangrijk element uit de geschiedenis van de verlegging van de Maasmond.

In 1975 is de sluis gereviseerd. Toen is over het Diezehoofd een hefbrug aangebracht. Voordien ontbrak de mogelijkheid om met voertuigen de sluis te passeren. In 1993 zijn de remmingswerken in de voorhaven aan de Maaszijde van de sluis vervangen door wachtplaatsen met loopbruggen naar de wal.
Bij de sluis liggen schotbalken om de sluis in geval van nood af te sluiten en vier reservesluisdeuren.
Bekijk ook




