Behalve echte vliegvelden en landingsstrips legde de Duitse bezetter al vroeg in de Tweede Wereldoorlog ook schijnvliegvelden aan. Ze waren bedoeld om net iets meer op te vallen dan de echte vliegvelden en daardoor bombardementen af te leiden.
Deze tactiek maakte onderdeel uit van de beveiliging van de echte vliegvelden. Ook konden eigen toestellen er in noodgevallen hun bommenlading kwijt. Bijna elke Duitse vliegbasis had wel zo’n Scheinflugplatz. Hoewel de inrichting onderling verschilde, hadden ze allemaal een “startbaan”. Verder werden van hout en zeildoek, als bij het decor van een filmset, hangars gebouwd en meestal waren er modellen van vliegtuigen te vinden. In een aantal gevallen stonden die zelfs op rails, om ze te laten “taxiën”.

De tactiek van schijnvliegvelden was redelijk succesvol in het misleiden van de geallieerde vliegers. De nabijheid ervan was niet zonder gevaar voor de bevolking in de omgeving. Dat bij het Riels Hoefke onder Alphen en Riel leidde meermaals tot bombardementen, waarbij in 1943 ook het dorp Riel aanzienlijke schade opliep. Maar naarmate de oorlog vorderde, wisten de geallieerden steeds beter de echte van de schijnvliegvelden te onderscheiden.

In Brabant lagen schijnvliegvelden bij Huijbergen, Nispen, Alphen en Riel (SF37 Kamerun), op de Landschotse Heide bij Oostelbeers (SF38 Dun) en bij Schaijk (SF40 Voskamp).
Van de meeste schijnvliegvelden is weinig meer over. Zowel bij Alphen als bij Oostelbeers staat nog een bunker. Bij het Riels Hoefke zijn ook nog een paar bomkraters te herkennen.
De gegevens van deze tekst zijn grotendeels afkomstig uit het boek van Peter Grimm, Erwin van Loo, Rolf de Winter (red.), Vliegvelden in oorlogstijd : Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945, Amsterdam [2009].

