Terug naar overzichtOverzicht
Schijnvliegvelden

Schijnvliegvelden

Paul Huismans

6 november 2014

Vliegvelden in Brabant

Behalve echte vliegvelden en landingsstrips legde de Duitse bezetter al vroeg in de Tweede Wereldoorlog ook schijnvliegvelden aan. Ze waren bedoeld om net iets meer op te vallen dan de echte vliegvelden en daardoor bombardementen af te leiden.

Deze tactiek maakte onderdeel uit van de beveiliging van de echte vliegvelden. Ook konden eigen toestellen er in noodgevallen hun bommenlading kwijt. Bijna elke Duitse vliegbasis had wel zo’n Scheinflugplatz. Hoewel de inrichting onderling verschilde, hadden ze allemaal een “startbaan”. Verder werden van hout en zeildoek, als bij het decor van een filmset, hangars gebouwd en meestal waren er modellen van vliegtuigen te vinden. In een aantal gevallen stonden die zelfs op rails, om ze te laten “taxiën”.

De schijnvliegvelden in Brabant
De schijnvliegvelden in Brabant

De tactiek van schijnvliegvelden was redelijk succesvol in het misleiden van de geallieerde vliegers. De nabijheid ervan was niet zonder gevaar voor de bevolking in de omgeving. Dat bij het Riels Hoefke onder Alphen en Riel leidde meermaals tot bombardementen, waarbij in 1943 ook het dorp Riel aanzienlijke schade opliep. Maar naarmate de oorlog vorderde, wisten de geallieerden steeds beter de echte van de schijnvliegvelden te onderscheiden.

Oostelbeers, monument schijnvliegveld (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2013)
Oostelbeers, monument schijnvliegveld (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2013)

In Brabant lagen schijnvliegvelden bij Huijbergen, Nispen, Alphen en Riel (SF37 Kamerun), op de Landschotse Heide bij Oostelbeers (SF38 Dun) en bij Schaijk (SF40 Voskamp).

Van de meeste schijnvliegvelden is weinig meer over. Zowel bij Alphen als bij Oostelbeers staat nog een bunker. Bij het Riels Hoefke zijn ook nog een paar bomkraters te herkennen.

De gegevens van deze tekst zijn grotendeels afkomstig uit het boek van Peter Grimm, Erwin van Loo, Rolf de Winter (red.), Vliegvelden in oorlogstijd : Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945, Amsterdam [2009].

De geschiedenis van de luchtvaart in Nederland begint in Noord-Brabant: in 1909 steeg in deze provincie voor het eerst een vliegtuig op (in Etten) en een jaar later, in 1910, werd het eerste vliegveld in ons land geopend bij Gilze-Rijen. En de eerste Nederlander die een privé-vliegtuig aanschafte, was de toenmalige burgemeester van Aarle-Rixtel, A. Albers Pistorius. Dat was in 1919. Hij maakte gebruik van het vliegveld Molenheide. Want al voor, maar vooral ook tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal vliegvelden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen alle vliegvelden een militaire bestemming en voorzover ze daarna bleven bestaan, hielden ze die meestal ook. Voor de sportvliegerij en de burgerluchtvaart kwamen er later nieuwe vliegvelden bij. De uitzondering is Eindhoven: daar delen militaire en burgerluchtvaart nog steeds de start- en landingsbaan. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…