Terug naar overzichtOverzicht
Rebellerende vrouwen: de tweede feministische golf in Brabant, 1970-1990

Rebellerende vrouwen: de tweede feministische golf in Brabant, 1970-1990

Anita Koster

7 oktober 2019

Vrouwenbeweging

Eind jaren zestig groeide onder vrouwen in Nederland een gevoel van onvrede. In 1967 gaf Joke Smit woorden aan dat gevoel in het beroemd geworden artikel 'Het onbehagen bij de vrouw', waarin zij de juridische en sociale ongelijkheid tussen vrouwen en mannen aan de kaak stelde. Voor haar was emancipatie iets van vrouwen en mannen samen. In 1968 is ze dan ook een van de oprichtsters van de gemengde actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM).

Dolle Mina, stemming tijdens eerste congres in Vught, 1971. Foto: © Eva Besnyö / MAI

Dolle Mina

MVM werd geen doorslaand succes. In de publieke opinie stuitte feminisme op grote weerstand. Daarom koos Dolle Mina, opgericht in Amsterdam in januari 1970, voor een andere aanpak. (Dolle Mina verwijst naar Wilhelmina Drucker, een van de voorvrouwen van de eerste feministische golf van eind 19e en begin 20e eeuw.) De vrouwen van Dolle Mina floten mannen na, bonden urinoirs dicht met roze linten, deelden condooms uit aan vrouwen en richtten een crèche in op het Beursplein in Amsterdam. Zo lukte het ze om een brede maatschappelijke discussie over vrouwenemancipatie op gang te brengen. Dolle Mina mocht dan wel ludieke acties voeren, maar die kwamen wel voort uit woede. Woede over de ongelijke rolverdeling, ook in non-conformistische kringen als de linkse studentenbeweging en Provo: ‘Het moet afgelopen zijn met de ondergeschoven positie van de vrouw’.[2] Dolle Mina wilde de vrouw bevrijden en dit sloeg aan. Binnen de kortste keren richtten ook vrouwen in Brabant plaatselijke afdelingen van Dolle Mina op, zoals in Tilburg, Breda, Eindhoven, Den Bosch en Vught.

Huifkartocht Dolle Mina, een actie voor de legalisering van abortus, arriveert in Sint-Oedenrode, 1972. Foto: © Eva Besnyö / MAI.

Het persoonlijke is politiek

Vanaf 1972 ontstonden er vrouwenpraatgroepen. Het bleek bevrijdend om zonder mannen bij elkaar te zitten (Dolle Mina en MVM bestonden uit vrouwen én mannen) en met elkaar een bewustwordingsproces door te maken. Door het uitwisselen van ervaringen ontdekten vrouwen, dat ze veel ervaringen gemeenschappelijk hadden. En dat ‘persoonlijke problemen’ meestal niet puur individueel waren, maar juist voortkwamen uit maatschappelijke structuren. Het persoonlijke werd politiek.

Een logisch vervolg op de vrouwenpraatgroepen was de oprichting van vrouwenhuizen, zoals in Eindhoven in 1975. In datzelfde jaar ontstond ‘Brood en Rozen’ in Den Bosch, waar men praatgroepen en vormingscursussen opstartte en een vrouwentrefcentrum organiseerde. In Eindhoven ging het ‘Vrouwenkruidt’ van start met cursussen ‘Hoe zeg je wat je denkt’, eerst op stedelijk en later op wijkniveau. In Den Bosch ging dat precies andersom. Brood en Rozen begon met cursussen op wijkniveau en stapte na een jaar over op een stedelijke aanpak. Daarnaast bleef er echter sprake van activiteiten voor vrouwen in de wijken, zij het dat die nu werden aangeboden door het welzijnswerk, zoals het vrouwenproject in Den Bosch-Oost. De cursussen waren vooral gericht op bewustwording, vergroting van het zelfvertrouwen en maatschappelijk inzicht: cursussen maatschappelijke en politieke vorming werden opgezet en ook een lees- en schrijfcursus die later overging in een spontaan Open School project. De Volkshogeschool in Oisterwijk speelde een rol door het aanbieden van de ‘vrouwenleerdagen’ en het ondersteunen van andere activiteiten voor vrouwen. Daarnaast wonnen vanaf 1976 de zogeheten FORT-groepen (Feministische Oefengroepen Radicale Therapie) snel aan populariteit.

Vrouwenkafee in Tilburg, jaren '70 of '80.

Jaar van de Vrouw

De Verenigde Naties hadden 1975 uitgeroepen tot het ‘Het Internationale Jaar van de Vrouw’ en maakten daarmee gelijkberechtiging van vrouwen, onderdeel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, tot een belangrijk thema. Daardoor ging ook de overheid zich roeren op het gebied van vrouwenemancipatie, met name door het verstrekken van subsidies en het stimuleren van vormingswerk voor vrouwen.

Tegen deze achtergrond startte in Noord-Brabant in 1976 het provinciale VOS-project (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) met acht plaatselijke cursussen. Deze cursussen namen een hoge vlucht: in het najaar van 1979 waren er al meer dan 70 plaatselijke werkgroepen. Ook kwam er een ondersteuningsstructuur, zoals het landelijke project voor de ondersteuning van het vrouwenvormingswerk 'EVA Bijt Door' en de provinciale emancipatiebureaus, waarvan er in Noord-Brabant drie kwamen: in Den Bosch, Breda en Gemert.

Vanuit onderdrukking naar zelfstandigheid

En er gebeurde meer. Vrouwen ontdekten hun lichaam en elkaar. Er ontstonden zelfhulpgroepen op het gebied van gynaecologie, eetverslaving en medicijngebruik, Vrouwen in de overgang (VIDO), DES-dochters, Vrouwen zonder baarmoeder en Vrouwen tegen seksueel geweld. In Eindhoven opende een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Vrouwen leerden van elkaar te houden, wat soms leidde tot seksuele relaties. Lesbisch zijn werd (ook) een politieke keuze ('Liever Lesbies!'): normaal gevolg van het jezelf als vrouw belangrijk vinden en niet meer in onderdrukkende situaties willen leven. In de vrouwenhuizen werden thema-avonden gehouden over seksualiteit en verkrachting, die steeds meer vrouwen trokken.

Op vrouwenfeesten was het stampvol. Er kwamen vrouwenbands, vrouwenkoren, vrouwenboekhandels, vrouwendrukkerijen. Het ludiek nafluiten van mannen veranderde in serieuze demonstraties tegen seksueel geweld zoals de 'Heksennacht', waarin vrouwen de nacht en de straat terugeisten.

De groeiende belangstelling voor vrouwenhulpverlening leidde rond 1980 tot de oprichting van vrouwentherapiecentra zoals Kassandra in Eindhoven, Lilith in Tilburg en het landelijke project Balsemien in Den Bosch.

Het thema ‘vrouw en werk’ leidde tot bureaus die opkwamen voor de economische zelfstandigheid van vrouwen. In Tilburg, Breda, Den Bosch, Helmond, Uden, Roosendaal en Eindhoven werden vrouwenwerkwinkels opgericht met spreekuren voor herintredende vrouwen en cursussen beroepenoriëntatie en zelfstandig ondernemerschap. In 1985 werd in Tilburg een zogeheten vrouwenvakschool opgericht: de Annie van Dierenschool. Het PON riep het Platform Vrouw en Arbeid in het leven, een netwerk van vrouwen uit verschillende organisaties die zich bezighielden met vrouwen en arbeidsmarkt.

Tenslotte kwam er ook aandacht voor het thema bouwen en wonen, o.a. via woonbewustwordingscursussen in Den Bosch en de oprichting door een Brabantse vrouw van het landelijke platform ‘Vrouwen, bouwen en wonen’, dat zich in Rotterdam vestigde.

Vrouwenstaking in Den Bosch, 30 maart 1981. De staking was landelijk. Foto met dank aan Wilma Geurtjens.

Verschillen, versnippering, veralgemenisering

Het overheersende wij-gevoel van de jaren '70 maakte in de jaren '80 langzaamaan plaats voor een accent op verschillen. Allochtone vrouwen en vrouwen van kleur eisten hun eigen plaats op. In Tilburg ontstond in 1981 het eerste Centrum voor Buitenlandse Vrouwen in Nederland. Andere centra voor allochtone vrouwen volgden in Helmond, Oss en Roosendaal.

Inmiddels was er sprake van een vorm van institutionalisering, die in de praktijk ook tot een soort veralgemenisering en versnippering leidde. Zo ging het provinciale VOS-project op in het lokale aanbod basiseducatie. Provinciaal geld voor de steunfunctie ging half naar de traditionele vrouwenorganisaties, gekoppeld aan de Provinciale Vrouwenraad, en half naar de ‘nieuwe’ vrouwenbeweging. In 1989 werden de drie regionale steunpunten samengevoegd tot een provinciaal bureau in Den Bosch, Vrommes. Het liefst zag de provincie alle gesubsidieerde steunfuncties in één groot provinciaal vrouwencentrum ondergebracht. Ondanks verzet werd dat uiteindelijk het bureau voor Emancipatiezaken. Maar dan zijn we al ver in de jaren ’90.

Bronnen

  • Anita Koster, ‘Van Mater Amabilis naar Madonna. Vijftig jaar vrouwenemancipatie in Noord-Brabant’, in: In verband met Brabant. Beschouwingen bij het vijftigjarige bestaan van het PON (Tilburg 1997) 105-120.
  • Marjo van Soest, 'Meid, wat ben ik bewust geworden.' Vijf jaar Dolle Mina (Den Haag 1975).

Naar het thema Rebellerende vrouwen

Deel verhalen en foto's!

Reageer hieronder en deel je herinneringen aan de vrouwenbeweging! Heb je nog foto's? Stuur ze dan naar info@bhic.nl. Vragen en opmerkingen kun je ook plaatsen op het forum.

Kies op de kaart de actie of actiegroep waarover je meer wilt weten. Of klik op de onderstaande knoppen voor meer informatie over de vrouwenbeweging en andere protestbewegingen in Brabant.  Naar thema Vrouwenbeweging Naar thema Protest in BrabantOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Aanbevelingen van Anita Koster

VerhaalVrouwenkruidt in EindhovenMijn betrokkenheid bij de vrouwenbeweging komt direct voort uit mijn eigen jeugd. Ik groeide op in Curaçao, met een heel lieve moeder en een goede, wat dominante vader. Maar toen ik wat ouder werd, verbaasde ik me nogal over het feit dat mannen overal alles zo leken te bepalen.VerhaalVrouwenstrijd in de KempenIk ben geboren in 1948 als een na jongste in een gezin van acht kinderen in Kerkrade. Vader was mijnwerker, moeder een krachtige vrouw, die ik in een aantal opzichten als geëmancipeerd heb gezien. Doorleren na de lagere school was er bij ons thuis niet bij: na 1 jaar huishoudschool zei mijn moeder, 'wat je daar leert, kun je net zo goed thuis leren'.VerhaalDolle Mina in Den BoschDolle Mina was het eerste initiatief dat de tweede feministische golf landelijke bekendheid gaf. De ludieke acties van deze beweging zorgde voor veel aandacht in de pers. De oprichting begin 1970 was een direct gevolg van de onvrede van vrouwelijke studenten, die mee hadden gedaan aan de bezetting van het Maagdenhuis in 1969.VerhaalHet Bossche VrouwenhuisDe wekelijkse thema-avonden van Brood en Rozen in het vrouwentrefcentrum in de Knillispoort waren een groot succes. De grote toeloop werd echter te veel voor de beschikbare ruimte. Er moest een eigen ruimte voor deze activiteiten komen en die werd eind 1977 gevonden in een winkelruimte in een net gekraakt pand aan het Stationsplein.VerhaalVrouwenbeweging in TilburgWil Onderdenwijngaard-van de Sandt, geboren in 1928 in Dordrecht en woonachtig in Tilburg, werd al in de jaren zestig in de vrouwenbeweging actief. In een verzuild land en dus, gezien haar achtergrond, in katholiek verband. Maar vooral de tweede feministische golf van de jaren zeventig en tachtig was voor haar, als emanciperende vrouw, van grote betekenis. Ze is een van de laatst overgeblevenen van de generatie vrouwen in Tilburg die in 1972 de Vrouwenraad hebben opgericht.VerhaalDe vrouwen in Den Bosch-OostDen Bosch-Oost was rond 1975 een wijk met ongeveer 15.000 inwoners. Het merendeel van hen behoorde, sociaaleconomisch gezien, tot de minder draagkrachtigen: geschoolde handarbeiders en laaggeschoolde hoofdarbeiders. In deze wijk was nauwelijks iets van welzijnswerk te bespeuren. Maar dat veranderde in het midden van de jaren '70.