Terug naar overzichtOverzicht
Slotviering in de Brabanthallen, jaren '70

Pax-Christi-voettochten in de jaren ‘70

Ko Bierman

19 februari 2013

Kraakbeweging

Ik heb goede herinneringen aan de jaren dat ik als begeleider van een kapittel ben meegelopen met de Pax-Christi-voettochten van ‘s-Hertogenbosch. Die kenden verschillende routes. De route die ik het meest gelopen heb, was van Veghel naar Berlicum en dan naar ‘s-Hertogenbosch.

Slotviering in de Brabanthallen, jaren '70

De routes werden voorbereid door route-ouders, zij regelden o.a. de overnachtingsadressen voor de kapittels, zoals groepjes van ongeveer 15 tot 20 jongens en meisjes werden genoemd. Vooraf aan de voettocht was er ook een leidersbijeenkomst om een en ander door te nemen. Op de donderdagmiddag van de herfstvakantie werd iedereen verwacht bij de Brabanthallen en ging je per route naar een startplek.

Voor mijn route was dat Boerdonk. Je stond daar dan met een groepje jongeren die elkaar niet kenden en allereerst werd er daarom een plek gezocht waar je verder met elkaar kon kennismaken. Wij deden dat bij een boerderij waar we gastvrij werden onthaald en er gevraagd werd of we iets wilden drinken. Natuurlijk zeiden wij daar geen nee tegen. Na die eerste kennismaking liepen we verder naar de ‘Blauwe Kei’ waar eten werd geserveerd uit grote kookpotten. Hier brachten we ook de avond door met een jeugdmusical, zingen en verder praten over het thema van de voettocht.

Ieder jaar had de voettocht een ander thema. We sliepen ook in de ‘Blauwe Kei’ in allerlei ruimten. De volgende ochtend ging je met je kapittel verder onderweg naar Berlicum. De middagpauze was in Heeswijk-Dinther. Onderweg praatte je regelmatig over allerlei zaken die je bezighielden en zo ontstond er vaak een gevoel van saamhorigheid. Als het regende of koud was, klopte je eigenlijk nooit tevergeefs aan bij een boerderij of je even binnen kon zitten. Hier ontmoette je de Brabantse gastvrijheid.

[Afbeelding: Religie, Rooms-Katholicisme. Voettocht naar Den Bosch. Foto: slapen in een slaapzak op stro in de koeienstal. Nederland, Den Bosch, 1958.] http://neon.pictura-hosting.nl/sfa/sfa_mrx_bld/thumbs/500x500/upload/upload_661/SFA002011541.jpg

In Berlicum werd er gegeten in ‘D’n Durpsherd’ en na het eten werd je opgehaald door iemand van de gastouders waar je ook een slaapplaats had in stal of boerenschuur. Omdat de afstand van ‘D’n Durpsherd’ naar het gastgezin te groot was en we wel moe zouden zijn van de tocht van Veghel naar Berlicum, werden we op een open landbouwwagen met een trekker tot aan de boerderij vervoerd. De volgende morgen kon je in een jute zak de luchtbedden afleveren bij garage Hoevenaars, zodat je ze niet op je rug mee hoefde te sjouwen, want die dingen waren best zwaar.

Die dag gingen we van Berlicum naar Rosmalen voor de middagpauze bij huishoudschool ‘de Bron’. Vandaar liep de route via Hintham naar de St. Jan in ‘s-Hertogenbosch waar het goed thuiskomen was en veel gezongen werd.

Ook werd er dan door het leger uit grote kookpotten een heerlijke warme maaltijd geserveerd en ging iedereen naar een slaapplek in een school of bij een gastgezin. De volgende dag was er een slotviering in de Brabanthallen, kwam je nog even met je kapittel bij elkaar en was er een intens afscheid bij de trein. Je wilde eigenlijk het gevoel van die voettocht bewaren, maar ja...

De meest intense contacten werden voortgezet in een briefwisseling

Yvon van Noort nam deel in 1976 en stuurde ons het bijbehorende boekje en treinkaartje (met dank!):

Lidewij van de Logt- van der Mee nam deel aan de Pax Christi voettocht van 1978. "Daar heb ik goede herinneringen aan, het was een overweldigende ervaring," schrijft ze. En ze stuurde deze foto van de kaft van het boekje mee.

Boekje Pax Christi voettocht 1978 (inzending L. v.d. Logt-v.d. Mee)
In de jaren zeventig begint de babyboomgeneratie volwassen te worden. Lang thuis blijven wonen is niet meer vanzelfsprekend en het aantal huiszoekende jongeren groeit gestaag. De woningmarkt is echter krap. Mede in een reactie op deze situatie komt eind jaren zestig in veel West-Europese landen een kraakbeweging tot bloei. Naast de woningnood onder jongeren ageert deze ook tegen de leegstand en 'verkrotting' van panden en speculatie op de woningmarkt door 'huisjesmelkers'. Amsterdamse provo's bijten in 1964 het spits af met hun kraakacties maar al snel slaat de vonk ook naar Brabant over. In Breda begint het met de Kabouterbeweging en in 1972 zijn daar al zo'n 30 tot 40 panden door krakers in gebruik genomen. Vooral in de oude wijken van de grote steden laten de activisten van zich horen. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Pax-Christi-voettochten in de jaren ‘70