In 1958 ging ik naar het klein seminarie/gymnasium van de paters Karmelieten in Zenderen. In de refter heb ik daar een jaar lang de tafel gedeeld met o.a. Jan Brouns. Aan deze tafel zaten ook Roelie Newland (later pastor in Boxmeer) (rethorica), Jan Brouns (poësis), Antoon Beesterboer (syntaxis), Paul Reehuis, broer van de onlangs overleden acteur Jerõme Reehuis (syntaxis), Bouke Halma (syntaxis), Paul Schalkwijk (klein figuur) en ik als eerstejaars dus.

De eerste keer in de refter vroeg Toon (Antonius van Rijswijk), conrector en dagelijkse rechterhand van ‘oude Tinus’ (rector Augustinus Nolte) aan mij: “waarom draag jij geen stropdas?” Antwoord: “ik kan geen stropdas strikken”. Toon stuurde Jan Brouns met mij naar buiten en ik moest een stropdas halen. De tijd die daarvoor nodig was, ging ook van zijn maaltijd af!
“Onze” tafel produceerde het meeste geluid, want er was altijd een dispuut gaande, vooral tussen Jan Brouns en Bouke Halma, die bepaald niet het toonbeeld van de zwijgzame Fries was. Het gevolg was, dat Jan Brouns door Toon naar de katheder werd gestuurd om voor te lezen uit een “stichtelijk” boek. Tegelijk werd een “strictum silentium” verordonneerd.
Vervolgens kreeg Jan geen extra gelegenheid voor zijn maaltijd. Roelie Newland was de enige rustgevende figuur aan tafel, want ook de anderen mengden zich behoorlijk in de discussies, behalve natuurlijk Paul Schalkwijk en ik; wij hadden niets te zeggen.
Ik heb toen en ook later nooit meer met Jan Brouns gesproken, ondanks dat jaar gezamenlijk eten. Na 45 jaar vroeg iemand aan Jan Brouns of hij Kees Wijnhoven kende, maar hij kon zich mij absoluut niet herinneren!


