Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.



De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd). Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder. Op 7 augustus 1942, om 04.25 uur, stortte bij Padua State een Messerschmitt Bf 110F-4 van 2./NJG 1 neer. De piloot van dit vliegtuig was Oblt. H. Reese, die zwaar gewond raakte. Zijn medebemanningslid kon het toestel ongedeerd verlaten. Het zou goed kunnen dat deze nachtjager aangeschoten was bij aanvallen op het eskader RAF-bommenwerpers dat die nacht een bombardement had uitgevoerd op Duisburg. De Vickers Wellington die die nacht bij Rosmalen neerstortte, behoorde tot die luchtvloot van 216 bommenwerpers.
In 2015 vond Peter van den Dungen dit ‘vleugeltje’, onderdeel van de kraagspiegel van Luftwaffe-personeel. Zie Wikipedia, Luftwaffe rangonderscheidingstekens

Op 19 september 1944 stortte rond 17.20 uur bij De Bleeke, achter De Ruwenberg een Short Stirling IV bommenwerper van 190 Squadron neer. Piloot was W/O S.H. Coeshott. Alle negen bemanningsleden kwamen hierbij om. Vier van hen konden worden geïdentificeerd: F/Sgt. George S. Breckels (19), boordschutter; W/O Stanley H. Coeshott (23), piloot; F/Sgt.Stanley V. Davis (21), navigator en F/Sgt. Jon G. Jeffery (22), bommenrichter. Zij werden op 20 september begraven op de hervormde begraafplaats aan de Nieuwstraat. De overigen werden na de oorlog overgebracht naar een militaire begraafplaats in Mierlo. Dat waren F/Sgt. William C. Moss (21); Sgt. George L. Wood (19); Private George C. Cadle (22), en Private James Courtney (33). Deze beide laatsten waren van 253 Company RASC (Royal Army Service Corps) en verantwoordelijk voor de lading van het vliegtuig. Het wrak van dit toestel maakte binnen een week nog enkele slachtoffers onder de leerlingen van de Fraters van Tilburg, die in Huize Overberg tijdelijk hun internaat hadden gehuisvest. Op 24 september ontplofte een granaat die een van de jongens uit het wrak had gehaald in de erker van het internaat. Vier jongens raakten daarbij zwaar en twee licht gewond. Van de zwaargewonden overleefden er drie de explosie niet: Bertus van de Broek (17), Marinus Karsemakers (17) en Gerard Valen. Een aantal gegevens over de Short Stirling en de tragische nasleep van deze crash ontleenden we aan het boek Herdenk Waardeer Leer : De oorlogsjaren en de gevolgen voor de inwoners van Sint-Michielsgestel (Sint-Michielsgestel, 2010) p. 96-97. Maar wellicht weet iemand nog meer over deze gebeurtenissen?

