Terug naar overzichtOverzicht
Avro Lancaster

Neergestorte vliegtuigen in Oijen en Teeffelen 1940-1945

Rien Wols

27 april 2012

Luchtoorlog 1940-1945

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

Avro Lancaster

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd). Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.

Majoor Werner Streib

Op 9 april 1943, rond 23.20 uur, stortte in Teeffelen een Lancaster I bommenwerper (R5898) van het 44 Squadron neer. Deze bommenwerper, gevlogen door P/O W. Smith, maakte deel uit van een aanval met 392 vliegtuigen op Duisburg. Door de zware bewolking werd het bombardement een grote mislukking. Negentien vliegtuigen van deze missie keerden niet op hun basis terug, waaronder dus de Lancaster die in Teeffelen crashte. Op de terugweg werd het vliegtuig aangevallen door een Duitse nachtjager, waarschijnlijk bestuurd door Maj. Werner Streib, commandant van 1./NJG 1. (Een kwartier later schoot Streib een andere Lancaster neer boven Nistelrode). De bommenwerper kwam neer ten noorden van de Hertogswetering, vlakbij de grens met Oss in de bocht van de Litherweg.

In het wrak werden drie lijken gevonden, een vierde lag verderop. Het waren de stoffelijke overschotten van bommenrichter Sgt. Leslie John Nash (21); navigator F/O John Hamilton Salt (27), de piloot P/O William Smith (22) en boordschutter Sgt. Stanley Dixon (21). Dixons parachute was onbruikbaar door brandschade. Hij sprong samen met de radiotelegrafist en boordschutter Sgt. J. Wardlaw. Die moest Dixon echter op een gegeven moment loslaten. De vrije val overleefde Dixon vervolgens niet.

Piloot P/O William Smith. Bron: A. Verbakel, Brits Oorlogskerkhof Uden (Uden, 2010)

Ze werden alle vier begraven in de pastorietuin van de Petruskerk in Uden, die als een soort oorlogskerkhof dienst deed. In september 1946 zijn ze overgebracht naar het Britse oorlogskerkhof in Uden (graven 4 E 8-11). Dankzij de naspeuringen van Antoon Verbakel (Erpse Krant juli-augustus 2000) weten we ook hoe het de rest van de bemanning is vergaan.

Die rest bestond ook uit vier man: er was een extra navigator mee die ervaring op moest doen. Het was Sgt. Jack T. Broughton (21) die op zijn eerste operationele vlucht meteen werd neergeschoten en per parachute zijn toestel moest verlaten. Net als twee andere overlevenden, F/Sgt. Archibald Cowe en Sgt. H. Waite, kwam hij in Erp terecht. De laatste man, Sgt. J.W. Wardlaw, landde in Boekel. Ook Jan Ruijs heeft nog allerlei details boven water weten te halen.

Sgt Archibald Cowe

Broughton (L1/L6/357), Waite (L3/L6/357) en Wardlaw (L3/L6/357) werden kort na de crash gevangengenomen en overgebracht naar verschillende krijgsgevangenkampen. Broughton zat achtereenvolgens in Stalag Luft I, Stalag Luft VI en Stalag 357 (in Kopernikus, Polen). Waite begon in Stalag Luft III en kwam daarna in dezelfde kampen terecht als Broughton (VI en 357). Wardlaw ten slotte volgde precies dezelfde route als Waite. Met Archibald McNaughton Cowe (geboren op 9 januari 1914 in Edinburgh) verliep het anders. Na de crash werd hij door het verzet in Erp ondergebracht bij de familie Otten. Van 10 tot 15 april verbleef hij in het zogenaamd Pyjama House. De zusjes Otten hebben hem vervolgens op de fiets naar Sevenum gebracht. Via Hasselt, Brussel en Parijs (de lijn Comète) kwam hij uiteindelijk in de Pyreneeën aan. Een eerste poging om te voet de grens vanuit Perpignan over te steken, mislukte.

De volgende dag, 31 mei, kwam de gids terug met een vrachtwagen waarmee hij de groep waarvan Cowe deel uitmaakte, over de grens wilde brengen. Verschillende bruggetjes werden zonder problemen met de bewaking gepasseerd, maar in Elno werd de weg geblokkeerd door een Duitse patrouille. De groep werd gearresteerd en met dezelfde vrachtauto weer terugbracht naar Perpignan en verder naar Parijs, waar ze werden vastgezet in de Prison de Fresnes. Van hieruit werden ze naar verschillende krijgsgevangenkampen overgebracht. Sergeant Cowe kwam terecht in het kamp Stalag IV-B in Mühlberg (Brandenburg).

Avro Lancaster

In de nacht van 14 op 15 juni 1943 voerden bommenwerpers van de RAF een groot bombardement uit op Oberhausen. Van de 165 vliegtuigen die hun bommen op het doel hadden laten vallen, keerden er 17 niet terug. Twee daarvan werden boven Noord-Brabant neergehaald en kwamen respectievelijk in Schijndel en Oijen terecht. Dit laatste vliegtuig was een Avro Lancaster III van het 9 Squadron die om 01.55 uur op de oever van de Maas neerstortte. De piloot, P/O John Evans (20), en zijn zeskoppige bemanning kwam hierbij om het leven. De Lancaster LM329 (call sign WS-Q) was opgestegen om 22:56 uur vanaf het vliegveld Bardney en werd neergeschoten door Hptm Wilhelm Herget. Herget was op 30-06-1910 in Stuttgart geboren en overleed op 1 april 1974 in Stuttgart. Tijdens de oorlog haalde hij 73 geallieerde toestellen neer.

De zeven bemanningsleden van de LM329 liggen allemaal begraven op het oorlogskerkhof van Uden, graven 5 G 5-11. Het zijn behalve de piloot John Evans, Sgt. Vincent George Louvaine Smith, boordwerktuigkundige (28); Sgt. Robert Borthwick, navigator (31); Sgt. Vincent John Tarr, naviagtor; Sgt. Alan Wilson Waite, bommenrichter (22); F/Sgt. Walter James Chapple, radiotelegrafist/boordschutter (32) die zijn graf deelt met Sgt. Herbert Ivor Ashdown, boordschutter (19); en Sgt. Derek Walter Brough, boordschutter (20). Dankzij Antoon Verbakel en Jan Ruijs zijn we heel wat meer te weten gekomen over deze vliegtuigcrashes. Hartelijk dank daarvoor! Jullie opmerkingen, correcties en aanvullingen zijn inmiddels in dit verhaal verwerkt.

De hele provincie Noord-Brabant, geen gemeente uitgezonderd, is tijdens de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de gevolgen van de luchtoorlog die de geallieerden met Nazi-Duitsland hebben gevoerd. Om Brabant zelf is natuurlijk  gevochten, zowel in de meidagen van 1940 als tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland tussen september en november 1944. Bij die strijd zijn ook veel vliegtuigen neergestort. Maar veruit de meeste crashes hielden verband met de strategische bombardementen op Duitsland. En Brabant kreeg daarmee te maken doordat het nu eenmaal op de route ligt van Engeland naar het Rijnland. Er zijn daardoor hier relatief veel vliegtuigen neergekomen, de hele oorlog door. Deze website wil het grote verhaal van die luchtoorlog boven Brabant vertellen, maar vooral ook de vele kleine verhalen, over jongemannen die hun leven hebben gegeven, over daden van moed, over gewone Brabanders die gecrashte “piloten” hielpen uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar hun onderdeel, over onschuldige burgers die plotseling geconfronteerd werden met brandende vliegtuigen die uit de hemel vielen of met zwaar verminkte lijken in hun roggeveld. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Neergestorte vliegtuigen in Oijen en Teeffelen 1940-1945