Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.
De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).
Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.
Grave heeft pas te maken gekregen met neerstortende vliegtuigen nadat in september 1944 operatie Market Garden van start was gegaan, een poging van de geallieerden om de bruggen over de Maas, Waal en Rijn te veroveren.

Op 21 september 1944 kwam rond 16.00 ten zuiden van Grave (Escharen-Gassel) een Stirling IV bommenwerper (LK498, call sign 5G-F) van het 190 squadron neer. Piloot was F/O F.E. Pascoe. Het toestel was geraakt door Flak, maar Pascoe maakte een geslaagde landing achter de vijandelijke linies, ten zuiden van Escharen/Gassel.
Het toestel was eerder opgestegen van Fairford, en nam deel aan de bevoorrading van troepen in het kader van Market Garden. Alle bemanningsleden overleefden de noodlanding. Die bemanning bestond uit: Piloot F/O F.E. Pascoe, onderscheiden met het Distinguished Flying Cross; W/O L. Armstrong; P/O Booth; F/Sgt. Buckley; F/Sgt. L. Couch; Sgt. Hughes; P/O R. Walker (RAAF) en de Air Despatchers Dvr. Fitzhugh en Dvr. Richardson (van het Royal Army Service Corps); .

Na deze bommenwerper crashten er alleen nog maar geallieerde jachtvliegtuigen in (de buurt van) Grave. Op 29 september 1944 om 11.00 was het de Canadees F/Lt. J.R. Irwins die met zijn Spitfire LF.IX (registratienummer NH347, call sign 2I- ) van het 443 Squadron voortijdig naar de grond ging.

In oktober namen de geallieerden bij Keent een zogenaamde air strip, codenaam B.82 in gebruik. Op en in de buurt van dit vliegveld tussen Grave en Ravenstein kwamen in korte tijd tien vliegtuigen neer. Daar hebben we een apart verhaal van gemaakt.
In Grave bleef het daarna een tijd stil, tot 30 maart 1945. Die dag stortte bij de brug om 15.35 uur F/Sgt. R.E. Jess met zijn Spitfire XVI (registratienummer TB478, call sign 3W-F) van het 322 Squadron neer.

