Terug naar overzichtOverzicht

Neergestorte vliegtuigen in Engelen 1940-1945

Rien Wols

20 april 2012

Bijgewerkt op 13 september 2024

Luchtoorlog 1940-1945

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

Handley Page Halifax

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd). Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder. In Engelen is één keer een geallieerde bommenwerper neergestort. Dat gebeurde op 28 augustus 1944 om 23.30 uur. Het was een Handley Page Halifax V van het 161 Squadron, LL388 call sign MA-W. De piloot van dit vliegtuig was F/Lt. Peter Green. Dankzij de tip van Wim van den Boom en het boek van Graham Dugdale en Frans Lucas, De nacht wacht (Engelen, 2004) weten we inmiddels een hoop details van deze crash. De Halifax had een bijzondere missie, want er waren containers en drie Nederlandse geheim agenten aan boord. De containers zullen waarschijnlijk materiaal (wapens, zendmaterialen) voor het verzet hebben bevat. De geheim agenten zouden worden gedropt in de buurt van Deurne. Het waren Jacky van der Meer, Krijn Buitendijk en Gerrit Kroon.

Het vliegtuig was die avond om 21.56 uur opgestegen van zijn basis Tempsford in Bedfordshire (ten noordwesten van Londen). Dit vliegveld was waarschijnlijk de meest geheime luchtmachtbasis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was namelijk de thuisbasis van twee Special Duties squadrons, namelijk 138 Squadron, dat zorgde voor het droppen van zogenaamde Special Operations Executive (SOE) agenten en hun voorraden in bezet Europa, en 161 Squadron, dat gespecialiseerd was in het brengen en weer ophalen van mensen naar en van bezet gebied.

De Halifax werd boven Nederland geraakt door luchtafweergranaten en vloog in brand. De piloot, F/Lt Peter Green, toen 31 jaar, heeft een notitieboekje bijgehouden van wat er na de crash is gebeurd. Hij heeft het vliegtuig zo veilig mogelijk aan de grond proberen te zetten. Onder deze omstandigheden (het voorste gedeelte brandde enorm fel) werd het een ruwe noodlanding waarbij het toestel in twee stukken brak. Green had zijn bemanning opdracht gegeven zich klaar te maken voor een noodlanding en het ontsnappingsluik te openen.

Hij raakte zelf buiten bewustzijn van de klap en werd weer wakker in een weiland, in de buurt van het brandende wrak. Duitse soldaten vonden hem en brachten hem naar een ziekenhuis in Den Bosch, waarna hij eind september in krijgsgevangenschap werd afgevoerd naar Duitsland, waar hij op 2 mei 1945 werd bevrijd door de Russen.

Twee leden van de bemanning overleefden de crashlanding niet. Dat waren navigator W/O Norman Francis Slade (36) en bommenrichter F/O Arnold Keith Michael Dean. Zij werden beide in Engelen begraven.

De overige inzittenden werden uit het toestel geslingerd, of konden zelf uit het staartstuk stappen. Graham Dugdale heeft een boek geschreven over zijn belevenissen als radiotelegrafist bij de RAF onder de titel Even birds don’t fly at night (2003), waarvan de vertaling is opgenomen in het al genoemde boek De nacht wacht. In dat boek vertelt hij natuurlijk ook uitgebreid over de nacht van 28 op 29 augustus 1944.

Hij bevond zich achter in het vliegtuig om de lading te kunnen droppen als het zover was, toen de noodlanding werd ingezet. Hoewel hij ruw tegen de vloer werd gesmeten en zijn linkerschoen verloor, kon hij ongedeerd uit het afgebroken staartstuk stappen. De voorste helft lag fel brandend aan de andere kant van het weiland, waar ze waren neergekomen. Al snel kwam hij de boordwerktuigkundige Nipper Huntley tegen, die ook al zijn linkerschoen miste en gewond was.

Uit het duister doken ook twee van de drie geheim agenten op, die op aansporing van de vliegers zich weer snel uit de voeten maakten. Ook de boordschutter voegde zich bij hen en even later werd dit drietal door Duitse soldaten gevangen genomen. Die soldaten hadden inmiddels ook de derde geheim agent, Gerrit Kroon, gevonden die zwaar gewond was. Door de reactie van Jelle Reitsma hieronder weten we inmiddels iets preciezer wat er met hem gebeurd is.

Na te zijn verhoord in de Polizeigefängnis Haaren wordt hij opgesloten in kamp Vught, vanwaar hij wordt overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme. In februari en maart 1945 verricht hij dwangarbeid op een scheepswerf in Hamburg en wordt dan op transport gesteld naar het concentratiekamp Sandbostel, ten oosten van Bremen. Enkele dagen na de bevrijding door de Engelsen overlijdt hij op 2 mei 1945 aan longontsteking en uitputting, 35 jaar oud.

Zoals gezegd: de rest van de bemanning overleefde de crash, al raakten ook piloot F/Lt. Green en boordwerktuigkundige Sgt. N. Huntley gewond. Green kwam als krijgsgevangene in het krijgsgevangenkamp Stalag Luft I terecht, net als zijn bemanningslid boordschutter en dispatcher F/O C. Carter. De beide andere bemanningsleden, radiotelegrafist W/O G. Dugdale en boordschutter Sgt. N. Hayward, werden als krijgsgevangenen geïnterneerd in Stalag Luft 7.

De twee Nederlandse geheim agenten J.M. van der Meer (codenaam Stalking) en K. Buitendijk (codenaam Fishing) slaagden erin uit handen van de Duitsers te blijven.

Op 4 september 1944 stortte een Do 217E-1 (werknummer 5078) neer in het Engelense Gat. Het vliegtuig werd gevlogen door Uffz. Erich Ott (21) van 4./KG 2. De overige bemanningsleden waren waarnemer Uffz. Leitzel, radiotelegrafist Gfr. Fellman en boordschutter Uffz. W. Mueller. Piloot Uffz. E. Ott verdronk nadat hij een ander bemanningslid had gered. * Hij ligt begraven op Ysselstein, graf CE-1-7. De Duitsers hebben geprobeerd het vliegtuig te bergen.

* aanvulling/correctie door Wilton Desmense op 12 september 2024: Erich Ott is met zijn Dornier neergestort op 4 september 1941

De hele provincie Noord-Brabant, geen gemeente uitgezonderd, is tijdens de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de gevolgen van de luchtoorlog die de geallieerden met Nazi-Duitsland hebben gevoerd. Om Brabant zelf is natuurlijk  gevochten, zowel in de meidagen van 1940 als tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland tussen september en november 1944. Bij die strijd zijn ook veel vliegtuigen neergestort. Maar veruit de meeste crashes hielden verband met de strategische bombardementen op Duitsland. En Brabant kreeg daarmee te maken doordat het nu eenmaal op de route ligt van Engeland naar het Rijnland. Er zijn daardoor hier relatief veel vliegtuigen neergekomen, de hele oorlog door. Deze website wil het grote verhaal van die luchtoorlog boven Brabant vertellen, maar vooral ook de vele kleine verhalen, over jongemannen die hun leven hebben gegeven, over daden van moed, over gewone Brabanders die gecrashte “piloten” hielpen uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar hun onderdeel, over onschuldige burgers die plotseling geconfronteerd werden met brandende vliegtuigen die uit de hemel vielen of met zwaar verminkte lijken in hun roggeveld. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…