Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.



De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd). Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder. Op 12 juni 1941 kwam om 03.16 in Borkel en Schaft een Britse bommenwerper (Z6657) van het type Armstrong Withworth Whitley Mk V neer. Het toestel van het 51 Squadron werd gevlogen door F/Sgt. H. Hannay en had juist een bombardementsmissie uitgevoerd op Duisburg. Dankzij de inspanningen van Piet Smits uit Borkel en Schaft weten we inmiddels wie de bemanningsleden van dit onfortuinlijke toestel geweest zijn. Dat waren behalve piloot Herbert Hannay (21) (Mentioned in Dispatches), 2e piloot P/O Paul Edward Snyder van de RCAF (25); waarnemer Sgt. James Edward Gittins (22); radiotelegrafist Sgt. Cyril Gerrard Humble (20) (Mentioned in Dispatches) en boordschutter Sgt. John Bradshaw (21). Ze zijn alle vijf bij deze crash omgekomen. Hun vliegtuig, vertrokken vanaf Dishforth (Engeland), werd neergeschoten door een Duitse nachtjager, gevlogen door Lt. Reinhold Knacke van I./NJG1. De omgekomen bemanningsleden zijn begraven op de begraafplaats in Woensel, graven JJ 11-15.

