Terug naar overzichtOverzicht
Neergestorte vliegtuigen in Bladel en Netersel 1940-1945

Neergestorte vliegtuigen in Bladel en Netersel 1940-1945

Rien Wols

23 maart 2012

Luchtoorlog 1940-1945

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

Halifax bommenwerper

Op 12 juni 1943 stortte om 02.00 een Handley Page Halifax V (registratienummer DK170, call sign MP-C) van het 76 Squadron neer op zo’n vier kilometer ten zuiden van Bladel. Het toestel was de avond tevoren om 22.31 uur opgestegen van het vliegveld Linton-on-Ouse voor een bombardementsmissie op Düsseldorf. Diezelfde nacht werden ook vliegtuigen neergeschoten in Mill en Sambeek.

De bommenwerper werd neergeschoten door een Duitse jager van II/NJG1. Piloot was Sgt. Andrew James Normandale Wilson (22), die met vijf andere bemanningsleden de dood vond.

Dat waren boordwerktuigkundige Sgt. Cyril Kitchener Burton (28), bommenrichter Sgt. Jacob Domnitz (27) en radiotelegrafist en boordschutter Sgt. James John Pawsey. Zij liggen begraven in een collectief graf op de Algemene Begraafplaats in Woensel, graf JJB 82-85. Ook de beide boordschutters Sgt. Derek Bewlay Tibble (19) en Sgt. Kenneth William Lawson (RCAF) kwamen om. Zij hebben ieder een eigen graf op dezelfde begraafplaats, respectievelijk JJB 80 en JJB 81.

Er was één overlevende, de navigator Sgt. John A. Loban, die per parachute het toestel wist te verlaten en neerkwam bij het Kroonven in Bladel. Daar werd hij door de lokale bevolking opgevangen en door het verzet op weg geholpen naar het zuiden. Op 29 juli 1943 werd hij aan de Spaanse grens gearresteerd en krijgsgevangen gemaakt.

In het boek Oorlogsherinneringen Bladel-Netersel 1940-1945 van de Heemkundekring Pladella Villa” uit 1994 is de ontsnapping van John A. loban meer gedetailleerd beschreven.

Een Short Stirling III bommenwerper gereed voor de start.

Op 29 juni 1943, om 02.30 stortte bij Netersel een Britse bommenwerper van het type Short Stirling III (registratienummer BK703, call sign OJ-K) van het 149 Squadron neer. De piloot was F/O William Richard Booker (20). Deze bommenwerper maakte deel uit van een actie met 608 vliegtuigen die Keulen als doelwit hadden. Daarvan bereikten uiteindelijk 540 vliegtuigen hun doelgebied. Bij deze raid gingen 25 vliegtuigen verloren, die onder andere bij Waalre, Boekel, Aalst, Nuenen en Aarle-Rixtel neerkwamen. Het vliegtuig werd neergeschoten door Oberleutnant Clemenz van I/NJG1, gestationeerd op de vliegbasis Venlo. Het kwam neer in de buurt van het Goorven in Netersel. De zevenkoppige bemanning kwam in zijn geheel om.

Behalve de piloot Brooker waren dat navigator Sgt. Denys William Birkett Channing (22), boordschutter Sgt. Alfred Douglas Hall (24), boordschutter F/Sgt. Charles Victor Howden (21) (RCAF), radiotelegrafist Sgt. Kenneth Broadhurst, boordwerktuigkundige Sgt. Robert Franklin en bommenrichter Sgt. Carl Donald Herbert (31). Alleen die laatste kon worden geïdentificeerd, de anderen waren te zeer verminkt. Zij zijn in een gezamenlijk graf in Woensel ondergebracht, graf EE 47-49. Herbert ligt in graf EE 46.Ruim 60 jaar later, op 27 juni 2004, werd een gedenksteen voor de omgekomen bemanning onthuld, in het bijzijn van een aantal nabestaanden. Die steen kwam er dankzij de jarenlange inspanningen van Sjef van Dingen en Ad van Zandvoort om duidelijkheid te krijgen over de precieze plaats van de crash en om nabestaanden op te sporen.

Douglas Dakota 3 C47 Skytrain

In september 1944 ging de Operatie Market Garden van start in een poging de bruggen over de Rijn, Maas en Waal in te nemen. Daarbij werden op grote schaal transportvliegtuigen, de Douglas Skytrain, ingezet, die zweefvliegtuigen achter zich aantrokken met zwaarder materieel en manschappen. Op 17 september 1944 begon de grootscheepse actie. Op nog een minuut of zeven à acht vliegen van de beoogde landingszone, rond 13.00 uur, werd de C-47A 'Picadilly Filly' met registratienummer 42-100801, van 1st Lt. C. Gilmore van 437TCG (Troop Carrier Group) / 83 Squadron door Duits luchtafweergeschut getroffen in de rechtermotor en de rechterkant van de cockpit.


Charles Gilmorefoto via Kees van de Loo

Het zweefvliegtuig kon nog afgeworpen worden, maar daarna dook het toestel recht naar de grond. Het vliegtuig kwam neer bij de Neterselseweg, zonder dat iemand van de inzittenden de kans had gekregen het toestel te verlaten. Ze kwamen alle vier om: Lt. Charles W. Gilmore, Lt. Robert V.H. Thomas, Cpl. Guy Difalco (27) en S/Sgt. William F. Golden.


Rechts Charles Gilmorefoto via Kees van de Loo

Maar er vielen nog meer slachtoffers: aan de grond vierde de familie Spliethof een verjaardag en de hele familie stond buiten voor het huis naar de overkomende vliegtuigen te kijken, toen ineens uit de richting Helleneind een laagvliegend toestel naderde, recht op de boerderij af. Vader en moeder Spliethof, dochter Grada en haar man Piet van Gool en haar broers Toon en Hein renden naar binnen het huis in. Mien, Gerrit en Bernard Spliethof zochten samen met hun buurman Jan Kok hun toevlucht in de schuur.

Aan de C-47 hing nog steeds de sleepkabel en die raakte een elektriciteitskabel. Vlak voor de schuur stortte het vliegtuig neer en door de impact stortte ook de schuur volledig in. Binnen enkele ogenblikken stond alles in lichterlaaie en waren de vier burgers die daar hun toevlucht gezocht hadden levend verbrand.

Een tweede C-47A, met registratienummer 43-15302, kwam om 13.50 uur neer bij Wagenbroek, tussen Casteren-Hoogeloon. Dit was een toestel van 437TCG/84 Squadron. De piloot van dit toestel was 2nd Lt. William B. Williams. Hij overleefde deze crash niet, net zo min als zijn co-piloot 2nd Lt. John E. Burke, radiotelegrafist S/Sgt. Nick Pehote en crew chief T/Sgt. Jacob Faasse. Ze liggen alle vier in de Verenigde Staten begraven.

Bijna op hetzelfde moment, 13.52 uur, kwam nog een derde C-47A naar beneden, deze van het 86 Squadron van dezelfde 437TCG, met registratienummer 42-108884. Het vliegtuig, geraakt door Flak, kwam neer tussen de Neterselseweg en het Bladels Bosch. Van de bemanning, piloot Lt/Col. R.E. Lehr, copiloot Cpt. P. Uhlenbrock, navigator Lt. E. Peterson, radiotelegrafist Sgt. J. Rice en crew chief Sgt. B. Benko, overleefde alleen de laatste de crash. De vier gesneuvelde miltiairen zijn allemaal overgebracht naar de VS.

In zijn verklaring voor het Missing Air Crew Report vertelde Benko achteraf: "ons toestel werd 10 tot 20 keer geraakt in de rechter vleugel, even later gevolgd door een enorme explosie. Ik ging naar de cockpit en opende deur: ik zag alleen maar vlammen (...) Ik ging naar mijn parachute en deed die om. Ik ging naar de deur en voelde dat het toestel niet langer onder controle was. Ik zag Rice met een van de anderen. Het was verschrikkelijk. Ik hielp ze met hun parachute. Terwijl ik met mijn eigen parachute bezig was, zag ik iemand op de vloer die schreeuwde dat ik moest springen. Ik slaagde erin naar buiten te komen en zag het vliegtuig crashen.."

Het vliegtuig kwam neer, niet ver van de plek waar Gilmore een paar minuten eerder was gecrasht. Benko werd opgevangen door Sjef Roijmans langs de Neterselseweg en via via ondergebracht bij andere Amerikanen die al onder de hoede van het verzet waren.

Een formatie Supermarine Spitfires MK IX

Een crash met een veel gelukkiger afloop vond plaats na de bevrijding: op 22 februari 1945 maakte F/Sgt. Jaroslav Chmelik met zijn Spitfire IX (registratienummer MH376, call sign NN-A) van het 310 (Tsjechische) Squadron een noodlanding even ten westen van Netersel. Hij begeleidde een stel Lancaster-bommenwerpers op weg naar Osterfeld in Duitsland, toen net voorbij de Duitse grens zijn motor plotseling stopte, terwijl de luchtvloot midden in een hevige Flak-beschieting door de Duitse luchtafweer zat. Chmelik maakte rechtsomkeert en dacht na een lange glijvlucht een veilige buiklanding bij Netersel te maken in een weiland. Net op het moment dat hij de grond raakte, werd de linkervleugel van het vliegtuig afgerukt, zoals hij zelf later dacht door een dijkje. Waarschijnlijk was het een rechtopstaande spoorbiels, gebruikt voor afrastering.

Het vliegtuig vloog niet in brand, maar het had allemaal best slecht kunnen aflopen, want Chmelik bleek middenin een mijnenveld geland te zijn! (Althans dat dacht men). Toesnellende buurtbewoners loodsten de piloot daar veilig uit.

Aanvulling

Maarten Rietveld stuurde ons een lijst met links naar websites die informatie bieden over een aantal van de hierboven genoemde vliegtuigbemanningen en de context van deze crashes. En vermeldde daarbij dat er in de regio informatieborden en luisterkeien van de Liberation-route te vinden zijn.

Bekijk de lijst

De hele provincie Noord-Brabant, geen gemeente uitgezonderd, is tijdens de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de gevolgen van de luchtoorlog die de geallieerden met Nazi-Duitsland hebben gevoerd. Om Brabant zelf is natuurlijk  gevochten, zowel in de meidagen van 1940 als tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland tussen september en november 1944. Bij die strijd zijn ook veel vliegtuigen neergestort. Maar veruit de meeste crashes hielden verband met de strategische bombardementen op Duitsland. En Brabant kreeg daarmee te maken doordat het nu eenmaal op de route ligt van Engeland naar het Rijnland. Er zijn daardoor hier relatief veel vliegtuigen neergekomen, de hele oorlog door. Deze website wil het grote verhaal van die luchtoorlog boven Brabant vertellen, maar vooral ook de vele kleine verhalen, over jongemannen die hun leven hebben gegeven, over daden van moed, over gewone Brabanders die gecrashte “piloten” hielpen uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar hun onderdeel, over onschuldige burgers die plotseling geconfronteerd werden met brandende vliegtuigen die uit de hemel vielen of met zwaar verminkte lijken in hun roggeveld. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…