Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd). Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder. In Beek en Donk is eigenlijk maar één vliegtuig neergestort, en wel na de bevrijding van Noord-Brabant. Op 1 januari 1945 stortte om 09.45 een Duits jachtvliegtuig, een Messerschmitt Bf 109G-14/AS (werknummer 783846) van het 1./JG 3 neer. De piloot was Uffz. H. Reinecke. Hij werd neergehaald door geallieerd luchtdoelgeschut en heeft de crash overleefd. Volgens het Verliesregister maakte hij een buiklanding ten noordoosten van Batenburg in Gelderland.
Zoals Marcel Hermes hieronder al opmerkte, hoort deze crash dus in Gelderland thuis en moeten we concluderen dat er in Beek en Donk nooit een vliegtuig is neergestort tijdens de Tweede Wereldoorlog.

