In de vroege ochtend van donderdag 14 februari 1918 vonden enkele boeren uit de omgeving aan de Kadijk tussen de Leur en de Zwartenbergse Molen het lijk van een man, duidelijk het slachtoffer van een moord. De man was door zijn slapen geschoten en lag naast zijn fiets met de handen in de zakken van zijn overjas. Het bleek te gaan om de 38-jarige timmerman Johannes Uijtdewilgen uit Zevenbergen.

De verdenking viel al snel op de soldaat-commies Gerrit de Boer uit Friesland. Deze 27-jarige soldaat was een meer dan goede bekende van de familie Uijtdewilgen. Toen hij nog in Zevenbergen was gelegerd, kwam hij regelmatig om sigaren in het winkeltje dat door de echtgenote van Uijtdewilgen, Francisca Jacobs, werd gerund. Hij raakte goed bevriend met de familie en was er regelmatig gast in huis. De vriendschap met Francisca ging zelfs over in een verhouding.

Ook na zijn overplaatsing naar Etten, kwam De Boer nog regelmatig bij haar op bezoek. Toen moet bij de soldaat het idee zijn ontstaan om Uijtdewilgen uit de weg te ruimen, zodat de weg vrij was om met de vrouw te kunnen trouwen. De Boer vroeg Uijtdewilgen om eens ’s nacht met hem mee te gaan naar de grens om smokkelaars te vangen. Uijtdewilgen was al twee keer eerder met De Boer meegegaan, terwijl die het plan had hem te vermoorden, maar door omstandigheden was het er niet van gekomen. De derde keer was het prijs. Na de moord moet De Boer naar Zevenbergen zijn gefietst en verslag hebben uitgebracht bij Francisca. Hoewel de twee het er wel eens over hadden gehad, viel de daad bij de echtgenote niet echt in goede aarde. Om de verdenking van zich af te wenden, informeerden de twee nog die woensdagavond in Zevenbergen of men Uijtdewilgen die avond had gezien. De volgende dag was de moord in Zevenbergen en Etten-Leur het gesprek van de dag. Ook De Boer mengde zich in de gesprekken op straat alsof hij er niets mee te maken had. In de loop van de morgen was hij met een koetsier uit Zevenbergen terug naar Etten-Leur gereden. Terwijl hij in Etten op straat stond te praten over het gebeurde, werd hij door de politie aangesproken met de woorden: “Zijt gij De Boer, wilt ge meekomen naar het bureau”. Uiterlijk rustig ging hij met de dienders mee. Maar de politie in Zevenbergen had inmiddels bij Francisca Jacobs de liefdesbrieven van De Boer gevonden. Nog diezelfde dag legde hij een volledige bekentenis af. De vrouw werd ’s middag gearresteerd en met een koets naar Zwartenberg gebracht, waar zij door het parket van Breda werd verhoord. Francisca Jacobs ontkende dat zij ook maar iets van de moord afwist. De rechtbank in Breda veroordeelde De Boer tot 12 jaar gevangenisstraf. De 34-jarige Francisca Jacobs werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Deze geruchtmakende moord haalde vanzelfsprekend de landelijke pers en er werd zelfs een liedblad door Frans Rombouts over geschreven.

