Terug naar overzichtOverzicht

Moeders verhalen over het Vluchtoord Uden

Martien van Dooren (†)

12 november 2018

Bijgewerkt op 24 april 2025

Mijn moeder was Johanna van der Lee en zij werd geboren op 3 januari 1897 te Uden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) heeft ze als winkelbediende op het Vluchtoord gewerkt. In het Vluchtoord werden heel veel Belgische vluchtelingen opgevangen die na het uitbreken van de oorlog de wijk hadden genomen naar het neutrale Nederland.

Mijn moeder vertelde ons daar later nog wel eens over. De Belgische vluchtelingen hadden een eigen voetbalclub en een eigen fanfare en onder de mensen waren ook verschillende ‘duivenmelkers’. Als het koren en de haver rijp waren, liepen die duivenmelkers langs de akkers en stroopten met de hand de aren om er de duiven mee te voeren. Daar waren de boeren niet erg blij mee.

De stichting van het vluchtoord en verdere kosten werden door de overheid betaald. Soms werkten er bedrijfjes uit Uden zoals loodgieters, die smokkelden met medeweten van een paar Belgen stukken spek en ham weer naar buiten. Er was ook controle op vrouwen of ze niet met vreemde mannen aanpapten. Een bepaalde vrouw verdiende “er wat bij”, waarvoor ze een stuk papier aan het raam had geplakt met de volgende tekst:

Ik kan het niet hinderenIk doe het voor mijn kinderenMaak gebruik van mijn krentHet kost maar veertig cent

Dit bracht de overbuurvrouw op een idee, die ook een reclamespreuk maakte:

Vanwege de concurrentKost het bij mij maar vijfendertig cent

Het is honderd jaar geleden, zulke onderwerpen waren bij ons thuis geen dagelijks gesprek, dus het is mogelijk dat de tekst iets anders was.

Foto’s: Belgische Harmonie Peter Benoit in 1917, BHIC, fotonr. 1219-008913.Winkel in het Vluchtoord met personeel, BHIC, fotonr. UDE2248.

Reacties

Reacties laden…

Moeders verhalen over het Vluchtoord Uden