Terug naar overzichtOverzicht
de kapel in Koolwijk

Misdienen op de Kolluk

Rop van de Burgt

30 juli 2009

Voor mijn gevoel ben ik een Koolwijkenaar. Oh nee, zullen sommigen Koolwijkenaren misschien denken, want “De kolluk” hield toch op bij Tinus Ploegmakers. Voor de Herpenaren hoorden wij in elk geval wel tot De Kolluk, want voor hen was alles voorbij Janus den Olieboer, de Kolluk. Nou en net in dat niemandsland tussen Janus en Tinus, daar woonden onder anderen wij.

de kapel in Koolwijk

Maar niet alleen om de woonplek voel ik mij een beetje Koolwijkenaar. Ook  het feit, dat ik enkele jaren misdienaar in de kapel van de Kolluk was, heeft dat gevoel doen ontstaan. De Kolluk telde toen maar 3 misdienaars: mijn broer Ger, mijn overbuurjongen Wim van Vugt (ook uit het niemandsland trouwens) en mijzelf. Wij dienden in de begin jaren zestig alle kerkdiensten in de kapel. De kapel was dan ook een beetje van ons en wij een beetje van de kapel en de Kolluk.

In het begin was er elke dinsdagavond een mis in de kapel. We moesten dan de sleutel halen bij de Janus Nass (hier aan de overkant) of later bij Wim Spanjers en begonnen dan de klok te luiden. Die sleutel was al een bijzonderheid. Hij was erg groot en roestbruin van kleur. Later zag ik dergelijke sleutels alleen nog op rommelmarkten of in antieke dekenkisten.

Het luiden van de klok alleen al gaf een geweldig gevoel. Wij beheersten als het ware voor even alles wat er op de Kolluk gebeurde. Even later kwam dan pastoor Van Vught en later pastoor Willems op zijn damesfiets aan uit het verre Herpen. Vanwege zijn toog was zijn damesfiets een logische keuze, maar zijn houding op die fiets deed mij later denken aan kapelaan Erik Odekerke uit de  tv-serie Dagboek van een Herdershond.

Na de mis moesten we opruimen. Stiekem de miswijn opdrinken hoorde daar bij. Dan de sleutel terugbrengen en dan zat het er weer op voor een week.

Interieur van de Annakapel

In de wintermaanden was er ook op zondagmorgen een mis. Dezelfde rituelen, alleen nu geen pastoor uit Herpen, maar een pater uit Oss: juist Pater Galema. Hij was een stuk jonger en met zijn onderwijsachtergrond wat makkelijker in de omgang met ons misdienaars. Zo kwam het voor, dat er na de mis wanneer er sneeuw lag wel eens een stevig sneeuwballengevecht geleverd werd. Galema liet zich niet onbetuigd en wij kregen het stevig te verduren.

Tot slot over die tijd nog dit: ook Pierre Spanjers was toen net priester gewijd. Hij zou naar de missie vertrekken, maar tot zijn vertrek moest hij op zondag ook een mis opdragen. Die werd meteen na de reguliere mis opgedragen. Wij misdienaars deden weer ons werk. Als dank beloofde Pierre, dat hij voor ons bij zijn eerste verlof (over 5 jaar!! dat leek ons een eeuwigheid..) een aap mee zou brengen. Of Pierre hierover ooit is wezen biechten weet ik niet, maar de aap is er nooit gekomen en gelukkig maar.

Reacties

Reacties laden…