Terug naar overzichtOverzicht
De haven van Roosendaal in 1866

Mark-Vlietkanaal

Rien Wols

29 maart 2011

Water in Brabant

Oorspronkelijk was de voornaamste verbinding van Roosendaal over water de Roosendaalse Vliet. Door de eeuwen heen bleef de verbetering van deze stroom een punt van aandacht.

De haven van Roosendaal in 1866

In 1451 verbreedde men de Vliet vanaf Roosendaal, waardoor er daar een drukbezochte haven kon ontstaan. Die haven raakte in de achttiende eeuw in verval, maar werd in 1792 en opnieuw in 1823 verbeterd.

In 1823 kanaliseerde en verbreedde men de Roosendaalse en Steenbergse Vliet, waardoor een afsnijding ontstond, de “Nieuwe Roosendaalse Vliet”. De heemraadschappen die verantwoordelijk waren voor de beide rivieren hadden vooral oog voor de boerenbelangen. Daardoor kreeg de economische betekenis van een goede vaarverbinding voor de stad Roosendaal minder aandacht.

Het beloop van het Mark-Vlietkanaal

Als gevolg daarvan speelde de gemeente al in 1911 met de gedachte aan een kanaal dat de Vliet ten noorden van Roosendaal rechtstreeks met de Mark zou kunnen verbinden. In 1923 liet het gemeentebestuur een rapport opstellen over de wenselijkheid van zo’n kanaal en in 1938 noemde Provinciale Waterstaat in een nieuw rapport de aanleg van zo’n kanaal zelfs "urgent".

Maar het Heemraadschap van Mark en Dintel stond zeer sceptisch tegenover deze plannen en het Heemraadschap van de Vliet bleef tot de feitelijke aanleg ronduit afwijzend. De discussies tussen gemeentebestuur en heemraadschap bleven gaande tot aan het uitbreken van de oorlog in 1940.

Na de oorlog hadden andere wederopbouwproblemen de voorrang, maar de Deltawerken, de werken ter verbetering van de Mark en niet in het minst de snelle groei van de industrie in Roosendaal brachten de kanaalplannen terug op de bestuurstafel.

Als ideaal werd gesteld dat Roosendaal bereikbaar zou moeten zijn voor schepen tot maximaal 1.350 ton, een grootte waarvoor ook de verbeterde Mark geschikt was. De Vliet was daarvoor niet geschikt te maken. Ondanks de afwijzende reactie van het heemraadschap opteerden Gedeputeerde Staten in 1967 voor de aanleg van het Mark-Vlietkanaal. In 1968 namen Provinciale Staten het bijbehorende besluit.

De opening van het Mark-Vlietkanaal

Uiteindelijk duurde het nog tot 1983 voordat het kanaal definitief in gebruik kon worden genomen. Het kanaal verbindt de rivier de Mark ten westen van Stampersgat vanaf het punt waar hij Dintel heet, naar de overgang van Steenbergse Vliet naar Roosendaalse Vliet. Voor het laatste stuk naar Roosendaal werd grotendeels de oude bedding van de Vliet gebruikt. Het kanaal maakt het mogelijk te varen van Roosendaal naar het Volkerak en naar de stad Breda. De roeiverenigingen van Breda en Roosendaal organiseren jaarlijks een roeiwedstrijd via deze route.

Bekijk ook

Kanalen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…