Terug naar overzichtOverzicht
Ir. F.C. Bake

Ir. F.C. Bake (1840-1893)

Frans van de Pol

23 september 2009

Water in Brabant

Frans Cornelis Bake werd in Leiden geboren op 25 februari 1840. Hij overleed op 22 oktober 1893 op 53-jarige leeftijd in zijn woonplaats ’s-Hertogenbosch. Van 1856 tot 1859 studeerde hij in Delft, aan wat toen nog de Koninklijke Academie heette (nu Technische Universiteit) voor het diploma civiel ingenieur.

Ir. F.C. Bake
Ir. F.C. Bake

Bake zou zich zijn hele beroepsleven met waterstaat en spoorwegen bezighouden, een groot deel daarvan in Brabant. Door zijn “Plan Bake”, een ontwerp voor de aanleg van een kanaalverbinding tussen de Zuid-Willemsvaart en de Amer via Tilburg, zou hij (postuum) eigenlijk de titel “Held van Tilburg” verdienen.

Hoewel Nederland rijk is aan rivieren, kanalen en andere waterlopen en daardoor ook aan bruggen, lagen er tot diep in de 19e eeuw nauwelijks bruggen over de grote rivieren. Door de zware ijsgang in de winter werd het bijna onmogelijk geacht die aan te leggen. In de winter van 1842 raadpleegde men de grootste Engelse specialist op het gebied van bruggenbouw, ingenieur Sir John Rennie. Bij het zien van de ijskruiing op de Waal bij Nijmegen vluchtte hij ontzet terug naar Engeland, want “in zulk een land zijn geene bruggen te bouwen!”

De angst voor de ijsgang nam in de loop van de eeuw weliswaar snel af, maar bij het aannemen van de Spoorwegwet van 1860 dacht men nog steeds dat een brug over het Hollands Diep echt niet mogelijk was. Daarover moest maar een stoomveer komen. En toch: nog vóór 1872 was de spoorbrug over het Hollands Diep kant en klaar….

Spoorbrug bij Moerdijk (bron: Regionaal Archief West-Brabant)
Spoorbrug bij Moerdijk (bron: Regionaal Archief West-Brabant)

De uitvoering van het moeilijkste gedeelte van de bouw van die brug, de “pneumatische fundering” van drie pijlers, werd geleid door de jonge F.C. Bake. Als beginnend ingenieur had Bake aan de Hollandse IJssel al een jaartje ervaring met waterstaatswerken opgedaan. Sinds 1860 was hij werkzaam bij de Staatsspoorwegen, waar hij in 1861 belast werd met de aanleg van de lijn Tilburg-Helmond. Hij woonde daarvoor achtereenvolgens te Breda, Boxtel en Eindhoven. Toen deze lijn in 1866 klaar was, kreeg hij de opdracht voor het ontwerpen van een deel van de brug over het Hollands Diep. Vanuit zijn standplaats Moerdijk leidde hij daarna de uitvoering.

Per 1 april 1876 werd de Provinciale Waterstaat van Noord-Brabant opgericht. Bake solliciteerde naar de post van hoofdingenieur en werd door Gedeputeerde Staten, met 50 van de 60 stemmen, gekozen. De overbrugging van het Hollands Diep zal daarbij zeker een rol gespeeld hebben!

Bake toog voortvarend aan het werk. Aangespoord door de vurige wens van de gemeente Tilburg om een verbinding met de Zuid-Willemsvaart te krijgen, kwam hij al in juni 1876 met het ontwerp voor een scheepvaartkanaal van Eindhoven naar Tilburg, compleet met haven, schutsluizen, wisselplaatsen enzovoorts.

Gravure van de dijkdoorbraak bij Nieuwkuiijk in 1880
Gravure van de dijkdoorbraak bij Nieuwkuiijk in 1880

Vanaf het begin was hij ook betrokken bij de onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de scheiding van Maas en Waal. In 1881 werd onder zijn leiding de dijkdoorbraak bij Nieuwkuijk, ontstaan tijdens de watersnood van 1880-1881, gedicht. Als gemeenteraadslid van ’s-Hertogenbosch speelde Bake een belangrijke rol bij de watervrijmaking van die stad. In 1883 vinden we hem terug bij de verbeteringswerkzaamheden aan de sluizen van de Roosendaalse en de Steenbergse Vliet. Tussen de bedrijven door zag hij dan ook nog kans om een - overigens nooit aangelegde - spoorlijn van Boxtel via Den Bosch naar Zierikzee te ontwerpen.

Op 10 juni 1890 diende hij het “Plan Bake” in. Dit ontwerp leidde tot de wet van 1905, die de bouw regelde van een kanaal van de Zuid-Willemsvaart over Tilburg en Oosterhout naar de Amer: het huidige Wilhelminakanaal. Het duurde nog tot april 1923 voordat het geopend werd, maar dankzij Bake was er toen eindelijk de waterverbinding waarnaar Tilburg sinds zeker 1785 verlangd had.

Bake zelf was intussen in 1893 overleden, gelauwerd als Officier in de Orde van de Eikenkroon en Ridder van de Nederlandse Leeuw.

Bekijk ook

Waterstaatkundigen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Ir. F.C. Bake (1840-1893)