Rond het midden van de 16e eeuw zien we dat Steven, zoon van wijlen Steven Goedtscalckx, heeft opgedragen aan Peteren Jacob Keijsers een huis en hof met aan de ene zijde Handrickxken weduwe Gerits van Tefelen en aan de andere zijde het Kerkstraatje, strekkende van de 'gemene straat' tot op de Borchgracht.

Deze beschrijving vinden we ook terug in de cijnsboeken van de heren van Helmond. Daarin staat dat het Kerkstraatje eertijds Sint Odastraat werd genoemd. Anno nu is dit straatje een gedeelte van het Kerkplein, wanneer we richting kerk kijken aan de linkerzijde.
Als Joris van Bilsen in 1722 de twee voorste kamers en de grote kelder in het huis ‘De Keizer’ huurt, stelt de verpachter een aantal voorwaarden: de verpachter zal al de asse en sekrete mesch krijgen die de pachter met zijn huisgezin produceert. De verpachter zal wel een nieuw secreet moeten laten maken tussen de schuur en het huisken waarin Jenneke Lambers woont.

De naam ‘De Keizer’ wordt nog lange tijd gebruikt. Tijdens de Odafeesten in 1926 laat Charles van Heugten een advertentie plaatsen in de Meijerijsche Courant van 12 mei 1926. De uitbater van Hotel De Keizer laat weten dat er nog enkele plaatsen vrij zijn op zijn balkon om vandaaraf de Oda-optocht te bekijken.
In 1927 verhuurt de eigenaar, koopman Jan Hubert Moonen, aan hotelhouder Petrus Johannes Frankefort een woonhuis, waarin een hotel is gevestigd, genaamd ‘De Keizer’, met schuur en erf, staande en liggende op de Markt. Het verhuurde is een noordelijk gedeelte van de aldaar ter plaatse staande gebouwen die aan de verhuurder toebehoren.
In 1968 is het gehele gebouw door brand verwoest en in 1974/1975 vervangen door een appartementencomplex met winkels.
Bron: N. Koomans in Heemschild 30 (1996), afl.2, p. 44-48.Foto's: Collectie Jo van der Kaay.

