Terug naar overzichtOverzicht
De Heukelomse watermolen op een kaart uit de Atlas van Blaeu, 17e eeuw

Heukelomse watermolen

Paul Huismans

22 september 2010

Water in Brabant

Van deze watermolen is voor het eerst sprake in een document uit 1312. De molen was een leen van de hertog van Brabant. Bezitsoverdracht van vader op zoon of van verkoper op koper ging gepaard met verhef voor het hertogelijk leenhof, waarbij de leenman het leengoed ontving uit handen van de leenheer.

De Heukelomse watermolen op een kaart uit de Atlas van Blaeu, 17e eeuw

In 1377 wordt naast een graanmolen ook een oliemolen vermeld. Deze behoorde niet tot het leengoed, evenmin als de latere volmolen. Aan het eind van deze veertiende eeuw komt de molen in bezit van de familie Back, eigenaren van kasteel Durendaal bij Oisterwijk. Zij zouden tot in de 17e eeuw eigenaar blijven.

De molen op de oudste topografische kaart van 1838

Omstreeks 1602 werd een derde waterrad geplaatst. Dit diende om een volmolen aan te drijven, waarin laken (een wollen stof) werd verwerkt om een betere kwaliteit te verkrijgen. Deze uitbreiding was echter illegaal en de eigenaar, jhr. Hendrik van Rivieren, sluit in 1611 een overeenkomst met de Rentmeester der Domeinen in ’s-Hertogenbosch. Hij betaalt eenmalig 150 gulden en een jaarlijkse recognitie van 3 gulden om zijn derde rad te legaliseren. Een goede eeuw later is dit derde rad overigens weer verdwenen.

In 1729 verkoopt Engelbert Francois van Cannart d'Hamale, heer van Uyttengracht, wonende te Oisterwijk, behalve de coorn- en olijmoolen, met sijne sluijsen ook het reght van een volmoolen gelegen te Laag Heukelom aan Wouter van Heeswijk en Willem van den Abeelen.

Hier aan de Voorste Stroom stond de watermolen
Hier aan de Voorste Stroom stond de watermolen

De koren- en de oliemolen stonden ieder aan een andere kant van de rivier, maar deelden wel een dak. Op 30 november 1713 werd er brand gesticht met als resultaat dat beide molens verwoest worden. De korenmolen is in 1714 alweer in bedrijf. Maar het duurt nog ruim dertig jaar, voordat Arnoldus Peijnenburg uit Hilvarenbeek in 1747 met plannen komt om ook de oliemolen te herbouwen. Hij wil de molen tegelijk uitbreiden met een rosmolen om ook in de zomermaanden (als de waterstanden te laag zijn) te kunnen draaien. In 1755 verpacht hij de oliemolen aan Francis van de Wiel uit Schijndel.

De Heukelomse watermolen was een wintermolen, wat inhield dat het water alleen tussen 1 oktober en half maart mocht worden gebruikt voor de aandrijving. In 1848 heeft eigenaar Dominicus Heymans geprobeerd om het hele jaar te mogen malen, maar zijn aanvraag werd afgewezen. De molen werd in 1869 buiten bedrijf gesteld, waarna hij in verval raakte.

Bekijk ook

Watermolens in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Heukelomse watermolen