Terug naar overzichtOverzicht

Het verloren been van de bakker

Marilou Nillesen

13 juni 2017

Bijgewerkt op 10 april 2019

Zwaargewond ligt de 24-jarige bakker Van Casteren uit Zeeland in de berm van de weg, ergens in Schaijk. Samen met zijn meisje is hij zojuist van zijn motorfiets geslingerd, nadat een boerenkar uit het niets opdook en een aanrijding niet meer te vermijden was. Opstaan kan hij niet, zijn vriendin – die een eindje verderop ligt - evenmin. Van Casteren schreeuwt om hulp maar dan hoort hij de boer tegen zijn vrouw zeggen: “Ben-de-gek! Laat ons maar doorrijden.”

ingestuurd door Marthy van Casteren

Foto's via Marthy van Casteren

Het is maandagavond 8 december 1930, het loopt tegen zessen. Van Casteren is samen met zijn meisje op ziekenbezoek geweest als hij terugrijdt richting Schaijk. Uit tegenstelde richting komt dan net een boerenspan aan, met op de kar een boer, zijn vrouw en hun kind. Maar de kar is nauwelijks verlicht en de donkere decemberavond heeft allang zijn inval gedaan.

Van Casteren ziet de kar op het allerlaatste moment en rijdt er met zijn motor vol tegenaan. Zowel zijn vriendin als hijzelf worden van het voertuig gekatapulteerd om een flink aantal enkele meters van elkaar in de berm te belanden. Zodra de kar met de onwillige bestuurder weer verder rijdt, schreeuwen Van Casteren en zijn vriendin wel een half uur om hulp voordat er iemand stopt. Dan wordt pas duidelijk hoe groot de verwondingen zijn.

Verscheurd vleesch

Het meisje heeft een gebroken been en wordt snel naar het ziekenhuis vervoerd. De jonge bakker is er nog veel slechter aan toe. “Zijn been was geheel versplinterd en het verscheurde vleesch hing erbij”, omschrijft De Echo in 1931 plastisch. Op een raam wordt hij weggedragen naar het Groot Ziekenhuis in Den Bosch waar amputatie van het been onvermijdelijk is. Van Casteren loopt de rest van zijn leven met een kunstbeen en een stok.

Maar na de aanrijding heeft hij ook duidelijk de stem van de boer herkend: zijn neef en landbouwer W.J.B uit Oss. B. ontkent stellig, zegt dat hij daar niet heeft gereden en dat hij bovendien met stallantaarn reed. Wegens gebrek aan bewijs wordt hij aanvankelijk vrijgesproken. “Het eenige wat voor Van Casteren gedaan werd was de toezegging van de familie van verdachte dat ze hem de klandizie zouden gunnen.”

Onsympathieke houding

Maar de verdachte neemt voor het Gerechtshof “een onsympathieke houding” aan en uit juist de beschuldiging dat zijn neef hem “er in wil draaien”. Opnieuw worden getuigen verhoord en uiteindelijk kan niet méér worden vastgesteld dat de Osse verdachte links en onvoldoende verlicht op de weg heeft gereden. Dit heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel waarvoor dan twee maanden wordt geëist.

Wil je het verhaal uit De Echo zelf nalezen? Klik dan hier en lees mee. Het portret van de jonge bakker komt uit ons archief met wapenvergunningen. Zoals zovelen in die jaren had hij een luchtbuks in zijn bezit "ter bescherming van huis en erf". Kijk hier maar

Ingestuurd door Marthy van Casteren

Foto uit 1957 met het hele gezin: 15 kinderen, 8 jongens en 7 meisjes

Reacties

Reacties laden…

Het verloren been van de bakker