Terug naar overzichtOverzicht
De eerste spade gaat de grond in voor de aanleg van het Beatrixkanaal

Het Beatrixkanaal

Rien Wols

30 juni 2009

Water in Brabant

Het Beatrixkanaal is een zijkanaal van het Wilhelminakanaal van 8,4 km lang. Het voert naar de haven van Strijp, nu het industrieterrein 'de Hurk' in het zuiden van Eindhoven. De haven staat door een afwateringskanaal van ruim 2 kilometer lang in verbinding met de Dommel. Het afwateringskanaal is niet bevaarbaar, het Beatrixkanaal is bevaarbaar voor schepen met een lengte tot 63 meter en een breedte tot 7,2 meter.

De eerste spade gaat de grond in voor de aanleg van het Beatrixkanaal
De eerste spade gaat de grond in voor de aanleg van het Beatrixkanaal

De eerste werkzaamheden voor het kanaal startten op 15 juli 1930, gefinancierd door de gemeente Eindhoven, met subsidie van Rijk en waterschap. In 1932 was het kanaal tot aan Welschap klaar, maar toen was ook het geld op en kwam het werk stil te liggen. Eindhoven verzocht in 1932, 1935 en 1937 om aanvullende steun, maar die kwam pas in 1938 van de kant van Provinciale Staten. Ook het Rijk verschafte aanvullende subsidie, en bovendien geld in het kader van de werkverschaffing. Daardoor kon het kanaalproject in augustus 1939 alsnog worden afgerond.

Een van de noodbruggen over het kanaal
Een van de noodbruggen over het kanaal

De opening door Prins Bernhard was gepland in 1940, maar vertraging, en vervolgens het uitbreken van de oorlog, verhinderden dat. In de meidagen van 1940 werden ook nog eens vier bruggen opgeblazen. Zodoende werd het kanaal uiteindelijk begin augustus 1940, na herstel van alle schade, zonder veel ceremonieel in gebruik genomen.

In 1944 bliezen de geallieerde troepen de bruggen opnieuw op, terwijl de terugtrekkende Duitsers een aantal schepen in het kanaal hadden laten zinken. Onder dit soort omstandigheden kwamen het Wilhelminakanaal en daarmee ook het Beatrixkanaal uiteindelijk zonder water te staan. Het duurde tot 1946 voordat de herstelwerkzaamheden aan het kanaal voltooid waren en het kanaal weer opengesteld kon worden voor de scheepvaart.

Beamix aan het Beatrixkanaal
Beamix aan het Beatrixkanaal

Het kanaal voldeed aanvankelijk niet aan de economische verwachtingen. Geleidelijk kwam er toch industrie naar de haven tussen de stadsdelen Strijp en Gestel. Bekend zijn de betoncentrale Beamix (vernoemd naar het kanaal) en de constructiewerkplaatsen van het voormalige metaalbedrijf De Vries Robbé. Vanaf de jaren vijftig ontwikkelde zich ten zuiden van het kanaal een uitgestrekt bedrijventerrein, 'De Hurk'. Hier kwam onder meer een luciferfabriek en een luchtdestillatiebedrijf van Philips (later Air Liquide).

De Hurk
De Hurk

'De Hurk' is met 212 ha het grootste bedrijventerrein in de regio. Echter, niet het Beatrixkanaal, maar de nabijgelegen autosnelwegen vormen feitelijk de belangrijkste transportaders. Slechts enkele bedrijven maken nog gebruik van het kanaal. Maar een kentering lijkt op handen. Het gemeentebestuur van Eindhoven ziet kansen voor het kanaal. Men heeft subsidie aangevraagd voor het vervangen van de beschoeiing en samen met het waterschap De Dommel een oplossing gevonden voor de sanering van het kanaal.

In februari 2012 wijdde De Scheepvaartkrant een artikel aan de stand van zaken van dat project.

De Klotputten
De Klotputten

Het Beatrixkanaal heeft een dubbele functie: het is een vaarweg die tevens dient als afwatering voor de Dommel.

De bodem van zowel de Dommel als het Beatrixkanaal zijn in het verleden ernstig vervuild geraakt door zware metalen (o.a. zink). Ten zuiden van het kanaal loost de Dommel haar water in de Klotputten, een zinkvang voor zware metalen. Vanuit deze zinkputten stroomt het meeste water via het kanaal, een kleiner deel vervolgt zijn weg via de Dommel. Het waterschap heeft deze zinkvang onlangs schoongemaakt en zal het ook in de toekomst schoonhouden.

Bekijk ook

Kanalen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…